Nieuwsberichten landbouwonderwijs november 2000
![]()
Leerlingen doen het beter dan leraren bij ThinkQuest
De oogst van de ThinkQuest-finale was goed. Voor het vijfde
achtereenvolgende jaar organiseerde ThinkQuest de internationale
web-bouwwedstrijd voor het onderwijs. Deze wedstrijd moet
leerlingen en docenten vertrouwd maken met internet en
tegelijkertijd bewerkstelligen dat er meer educatieve sites op het
world wide web komen. ThinkQuest wordt gesponsord door het
ministerie van OcenW.
Dit jaar deden maar liefst zevenduizend leerlingen mee, waarvan
1.500 Nederlandse. Een aantal van hen werkte samen in
internationale teams. En ook leraren mochten dit jaar voor het
eerst meedoen.
Tijdens de finale op 18 oktober in Hilversum sprak de jury zeer
lovende woorden over de inzendingen van leerlingen. Over de
producten van docenten waren ze minder enthousiast. Daarom bleef de
hoofdprijs in de categorie 'docenten' op de plank in de hoop dat
die volgend jaar wel kan worden uitgereikt.
Op de website van ThinkQuest vindt u een uitgebreid verslag van de
prijsuitreiking. Ook zijn daar alle winnende websites van
leerlingen en docenten te zien. Een paar aanraders: Shit happens
(over voedsel, vertering en ontlasting), Sexualiteit, dementie, Van
gloeilamp tot microchip, dementie en champignons.
![]()
Mobiliteitspool Hogeschool Delft
Eind vorig jaar werden de medewerkers van de toenmalige Agrarische
Hogeschool Delft opgeschrikt door de mededeling dat het
docententeam moest inkrimpen met 60 medewerkers. Om hen aan passend
ander werk te helpen, werd een mobiliteitspool ingesteld. Die pool
loopt in november 2000 af.
Half oktober blijken 50 medewerkers elders nieuw werk gevonden te
hebben. Drie medewerkers hebben met succes tegen hun ontslag
verweer gevoerd en zijn weer bij de hogeschool in dienst gekomen.
Voor één van hen leidde de terugkomst echter niet tot een blijvend
dienstverband. Eén medewerker voerde verweer dat door de rechtbank
werd afgewezen. Als uiteindelijk resultaat van de reorganisatie
hebben 10 personeelsleden van de Hogeschool Delft op dit moment nog
geen andere geschikte werkkring gevonden.
![]()
Basisvorming, mes of kaasschaaf?
Wellicht gaat het mes in de basisvorming wanneer de kerndoelen in
2004 worden vernieuwd. Voorlopig beperkt staatssecretaris Adelmund
zich met haar maatregelen tot de kaasschaaf. Vanaf volgend jaar
hoeven scholen niet meer alle kerndoelen aan te bieden. Groepen
leerlingen kunnen voor (delen van) vakken worden vrijgesteld. De
verplichting voor het vak informatiekunde vervalt. De verplichte
toetsen basisvorming worden afgeschaft en aan de verplichte
basisvormingsvakken mogen scholen 23 in plaats van 25 lesuren
besteden. De basisberoepsgerichte en leerwegondersteunende leerweg
hoeven nog maar driekwart van de onderwijstijd te besteden aan de
basisvorming. Het wordt scholen makkelijker gemaakt om vakken te
clusteren tot leergebieden. En er komen docentenscholingen voor
teamgericht werken en differentiatie.
Dit zijn de voorlopige verruimende maatregelen die Adelmund
getroffen heeft in reactie op het inspectierapport 'Werk aan de
basis', in afwachting van de nieuwe basisvorming in 2004.
De 32-30 maatregel - het voorstel van de inspectie om het aantal
lesuren per week terug te brengen van 32 naar 30 - heeft Adelmund
echter niet overgenomen. "Op zich is het wel redelijk dat scholen
nu op een aantal gebieden wat ruimte krijgen", is het commentaar
van Wilma Bredewold, de vmbo-specialist bij de AOC-raad. "Maar het
is jammer dat ze heeft afgezien van de 32-30 maatregel, want die
zou pas echt ruimte hebben gegeven. En wat de clustering betreft:
nask en techniek wordt een leergebied waarvoor nu lesmateriaal
wordt ontwikkeld. Maar nask blijft wel een apart vak in de
examinering. Dus dat is natuurlijk heel lastig. Het blijft allemaal
een beetje hangen bij halve keuzes. Daar moet je je altijd van
afvragen waar je uitkomt."
![]()
WWW.voortijdigschoolverlaten.nl
Vanaf 6 oktober heeft het ministerie van OCenW alle mogelijke
informatie over voortijdig schoolverlaten bij elkaar gebracht op
een nieuwe internetsite. Hier vindt u nieuws, voorbeelden van good
practice, samenwerking en registratie, publicaties en adressen. De
informatie is in drie onderdelen gerangschikt: voorkomen van
voortijdig schoolverlaten, terug naar school, en werken en leren.
Ook verschijnt er maandelijks een elektronische nieuwsbrief,
VeSuVius geheten, die actuele informatie geeft en ingaat op nieuws
en achtergronden.
![]()
IPC Groene Ruimte NEN-EN-ISO 9001 gecertificeerd
Op vrijdag 20 oktober 2000 kreeg IPC Groene Ruimte het NEN-EN-ISO-
certificaat 9001. Het certificaat werd in het bijzijn van een groot
aantal medewerkers overhandigd door mevrouw A. van der Kruk-Visser
- lead auditor van Det Norske Veritas uit Rotterdam - aan de heren
W. Huiskamp en J. Atsma, respectievelijk algemeen directeur en
kwaliteitszorgcoördinator van IPC Groene Ruimte uit Arnhem. Mevrouw
Van der Kruk-Visser bedankte in haar toespraak alle medewerkers van IPC
Groene Ruimte voor hun bijzondere enthousiaste medewerking tijdens de audits.
IPC Groene Ruimte is daarmee, na Stoas die inmiddels twee jaar is
gecertificeerd, de tweede organisaties binnen het agrarisch
onderwijs die ISO-gecertificeerd is. Het certificaat van IPC Groene
Ruimte geldt voor de volgende activiteiten: het adviseren, het
ontwikkelen, het verzorgen van uitvoering van praktijktrainingen en
advies op het gebied van boom- en bosbeheer, grond, water en milieu
en groenbeheer en þonderhoud voor individuen en
bedrijven - nationaal en internationaal - met daarnaast het
uitgeven van praktijkgerichte informatie op voornoemde gebieden,
vastgelegd op een informatiedrager.
De certificering vond plaats door DNV Certification B.V.,
Nederland.
![]()
Deelname agrarisch onderwijs 1999
De in augustus 2000 gepubliceerde statistische informatie agrarisch
onderwijs 1999 van het ministerie van LNV laat zien dat de deelname
in '99/2000 ten opzichte van het jaar ervoor over de hele linie
licht is gedaald. Uitzondering vormt het groene vmbo (inclusief
LWOO), waar de geleidelijke stijging vanaf schooljaar '95/'96 ook
nu weer is doorgezet. In '99/2000 stonden er 27.956 deelnemers
ingeschreven. Ook de deelname aan de lerarenopleidingen van Stoas
vertoont al enige jaren een stijgende lijn, met een sprong tussen
'98/'99 en '99/2000 van 439 naar 540.
De deelname aan het mao daalde licht, van 16.450 naar 16.372 voor
de BOL en van 8.128 naar 8.101 voor de BBL. In het hao daalde de
inschrijving het vorig schooljaar van 8260 naar 8000. Wageningen UR
bleef redelijk stabiel met 3.740 inschrijvingen tegen 3.780 in
'98/'99 en de deelname aan het cursusonderwijs nam voor het eerst
sinds '95/'96 licht af het vorig jaar. Daarentegen zagen de ipc's
hun aantallen cursistweken stijgen van 50.395 naar 51.323.
Vanzelfsprekend moeten deze getallen worden bezien in vergelijking
met het overige beroepsonderwijs. Ten opzichte van het totale
voortgezet onderwijs is de deelname aan het groene vmbo licht
gestegen: in '98/'99 bedroeg het percentage 3,1, in '99/2000 3,2.
In de groene mbo-opleidingen zakte de deelname in vergelijking met
het overige mbo van 6,2% naar 5,9% (overigens is dat percentage
gelijk aan dat van '95/'96). In het hao zet de daling ten opzichte
van het overige hbo gestadig door: van 3,1 naar 2,9% (in '95/'96
edroeg dit nog 3,6%). Wageningen moest ten opzichte van andere
universitaire opleidingen 2 punten prijsgeven en zakte van 2,5 naar
2,3%.
Kijken we naar de verhoudingen tussen jongens- en
meisjesleerlingen, dan zien we in het vmbo (exclusief het LWOO) dat
de meisjes daar nu in de meerderheid zijn met 53 tegen 47%. In
'95/'96 was deze verdeling nog 52 tegen 48 in het (getalsmatige)
voordeel van de jongens. Het aantal meisjes in het LWOO groeit
verhoudingsgewijze eveneens: van 39% in '95/'96 naar 44% in
'99/2000. Maar de jongens zijn hier met 56% dus nog ruim in de
meerderheid.
Ook in de dagopleidingen van het mao zijn verhoudingsgewijs meer
vrouwelijke deelnemers gekomen. In '95/'96 was de verdeling nog 66%
(jongens) tegen 34% (meisjes); in '99/2000 is dat 58/42 geworden.
Vooral in de afdelingen bloemschikken, dierverzorging en
paardenhouderij zijn de meiden ver in de meerderheid þ maar dat zal
niemand verbazen. In de BBL is de verschuiving in percentages
mannelijke en vrouwelijke deelnemers geringer: in '95/'96 was de
verdeling 74/26%. In '99/2000 is die 71/29%.
In het hao werken de verschuivingen ook door; daar is nu 63% man en
37% vrouw, tegen een 70/30 verdeling in '95/'96. Nagenoeg evenveel
vrouwelijke als mannelijke studenten bevolken nu de voltijds Stoas-
lerarenopleiding; in de deeltijdopleiding blijven de vrouwen nog
steeds wat achter in aantal. En in Wageningen, tenslotte, is de
deelname van vrouwen sinds '95/'96 met 4% gestegen naar 48% van het
totale studentenaantal.
Tot slot van deze statistische vogelvlucht een overzicht van de
deelname in het mao (BOL), verdeeld over de verschillende
afdelingen:
Afdeling |
1998/1999 |
1999/2000 |
Biologisch-dynamische land- en tuinbouw |
107 |
103 |
Bloemschikken |
2206 |
2063 |
Dierverzorging |
1194 |
1795 |
Groene ruimte |
3984 |
3932 |
Levensmiddelentechnologie |
1097 |
968 |
Milieutoezicht |
644 |
590 |
Paardenhouderij/paardensport |
528 |
773 |
Plantenteelt |
2170 |
2119 |
Veehouderij |
4520 |
4029 |
Totaal |
16450 |
16372 |
De verschuivingen in leerlingaantallen bevestigen de trends van de
laatste jaren. En natuurlijk hebben ze consequenties voor aoc-
docenten, die hun werkterrein moeten veranderen van bij voorbeeld
veehouderij naar dierverzorging en paardenhouderij. En de cijfers
laten ook zien dat groene opleidingen om allerlei redenen door
leerlingen wat minder aantrekkelijk gevonden worden.
De statistische informatie agrarisch onderwijs 1999 (een boekwerk
van 139 paginaþs) is te vinden op de site van het ministerie van
LNV.
![]()
Agrarisch Opleidingsbedrijf 2001
Tot 13 december kunnen bedrijven uit de agrarische sector bij Lobas
worden voorgedragen die in aanmerking komen voor de titel
'agrarisch opleidingsbedrijf van het jaar'. De voordracht kan
geschieden door iedereen die zicht heeft op de opleidingskwaliteit
van bedrijven. Voorwaarde is dat het bedrijf als opleidingsbedrijf
is opgenomen in het register van opleidingsbedrijven en dat het
recent leerlingen uit het agrarisch mbo heeft opgeleid.
Voor elke sector: bloemenbranche, dierverzorging, groene ruimte,
plantenteelt, veehouderij en voedingsindustrie, kiest een sectorale
jury het beste bedrijf. De sectorale winnaars dingen vervolgens mee
naar de titel van 'agrarisch opleidingsbedrijf'. De jury, waarin
vertegenwoordigers van werknemers, werkgevers en onderwijs zitting
hebben, beoordeelt de bedrijven op het opleidingsklimaat,
arbeidsomstandigheden, planmatigheid van opleiden, de begeleiding
en de betrokkenheid van het bedrijf bij het onderwijs.
Doel van de verkiezing is bedrijven te belonen die zich
uitzonderlijk inzetten bij het opleiden in de praktijk van
leerlingen uit het middelbaar beroepsonderwijs, in de hoop dat deze
zeer goede bedrijven een voorbeeldfunctie hebben en dat er een
kwaliteitsprikkel van uitgaat naar de sector.
Een voordrachtsformulier kunt u aanvragen bij Lobas, tel. 0318
649571, of downloaden van www.lobas.nl.
![]()
Uitgaven Ontwikkelcentrum naar Stoas APH
Op verzoek van Stoas heeft het Ontwikkelcentrum een groot gedeelte
van het uitgegeven lesmateriaal beschikbaar gesteld voor de
mediatheken van de Agrarisch Pedagogische Hogeschool in Dronten en
in Den Bosch. Op maandag 25 september vond de officiële
overhandiging plaats. Jan Bockweg overhandigde in Den Bosch de
uitgaven aan locatiedirecteur Igo van Lin. In Dronten reikten
Marielle Dorgelo en Erika Visser het Ontwikkelcentrum-materiaal uit
aan locatiedirecteur Arjen Heerema.
Met de overhandiging van het lesmateriaal aan de beide
lerarenopleidingen komt het Ontwikkelcentrum tegemoet aan een
langgekoesterde wens. APH-studenten moeten na hun opleiding
wellicht met het lesmateriaal aan de slag en nu kunnen zij er
tijdens hun studie alvast kennis mee maken en ermee leren werken.
En de APH-docenten kunnen onderdelen eruit als voorbeeldmateriaal
gebruiken in hun lessen.
De uitgaven zijn in Den Bosch in het open leercentrum geplaatst en
in Dronten in de mediatheek.

Igo van Lin, locatiedirecteur Stoas APH Den Bosch, neemt de
uitgaven van het Ontwikkelcentrum in ontvangst uit handen van Jan
Bockweg
Foto: Ontwikkelcentrum
![]()
Symposium 'Kansrijke boomteelt'
Het steunpunt biologische boomteelt organiseerde op woensdag 25
oktober in Vught het symposium 'Kansrijke boomteelt'. Voor de
ongeveer 100 deelnemers - waaronder diverse boomkwekers uit België
en zelfs een uit Frankrijk - waren er lezingen door deskundigen,
vooral over bodem en bodemleven. Biologische boomkwekers vertelden
over hun bedrijf en hun manier van werken. En er waren
themawerkgroepen en een forumdiscussie onder de titel 'biologische
boomteelt, een bodem voor de toekomst'.
Tijdens het symposium werd de Ontwikkelcentrum-module 'Schone bomen
in schone grond' aangeboden aan Piet Bastiaanse van de
Tuinbouwvakschool Vught, die het namens het agrarisch onderwijs in
ontvangst nam uit handen van de heer Jan de Vries van de
Nederlandse Bond van Boomkwekers.

Jan de Vries toont de module 'Schone bomen in schone grond' aan de
deelnemers van het symposium 'Kansrijke boomteelt'. Naast hem
herkent u Jan Nijman, de auteur van de biologische boomteelt-module
en redacteur van het vakblad Agrarisch Onderwijs
![]()
Zorgbudget vmbo
Staatssecretaris Adelmund van OC&W heeft de Onderwijsraad advies
gevraagd over haar voorstellen met betrekking tot het zorgbudget
vmbo.
Voor leerlingen in het praktijkonderwijs stelt zij een open-einde-
bekostiging voor. De regionale verwijzingscommissies stellen de
toelaatbaarheid van leerlingen vast op grond van landelijke
criteria. Voor het LWOO stelt zij een gemengd bekostigingsmodel
voor. Enerzijds worden als 'zorgleerlingen' geïndiceerde leerlingen
extra bekostigd via de scholen, anderzijds ontvangen de
bovenschoolse samenwerkingsverbanden een zogenaamd 'regionaal
budget', bestemd voor zorgbehoevende leerlingen die buiten de
criteria vallen die voor 'zorgleerlingen' worden gehanteerd.
De Onderwijsraad zegt een 'zorg op maat'-model na te streven met
optimale inzet van regionaal beschikbare ondersteuning, zoals
gemeentelijk onderwijsvoorrangsbeleid, regionale meld- en
coördinatiepunten voortijdig schoolverlaten, bureaus Jeugdzorg en
arbeidsmarktorganisaties. 'Het gaat om regionalisering van de
ontwikkelingsondersteuning voor leerlingen; scholen hebben in de directe
omgeving bondgenoten nodig om hun leerlingen optimale ontwikkelingskansen te
geven.' En hij vindt dat de middelen efficiënt moeten worden gebruikt.
Vanuit dat perspectief steunt de raad Adelmund's voorstel met
betrekking tot de bekostiging voor het praktijkonderwijs. Met het
voorstel voor het LWOO is de raad het echter maar gedeeltelijk
eens. Hij vindt dat indicatie-bekostiging belemmerend werkt op de
beoogde integratie van het speciaal voortgezet onderwijs en het
voortgezet onderwijs ,n op de samenwerking tussen scholen
onderling. Bovendien acht hij deze bekostiging vanuit het oogpunt
van kostenbeheersing niet wenselijk. Deze bezwaren gelden niet voor
de regionale budgettering via de samenwerkingsverbanden.
Voor de komende vier a vijf jaar wil de raad wel akkoord gaan met
het gemengde model van Adelmund, maar alleen als overgangsmodel. In
de overgangsfase kan de bestuurlijke infrastructuur van de
samenwerkingsverbanden zich eerst wat verder ontwikkelen en kan
ervaring worden opgedaan met indicering, zorgontwikkeling en
samenwerking. Vier jaar na de invoering van het nieuwe
bekostigingsmodel moet het zorgbudget vmbo eerst zorgvuldig worden
geëvalueerd, alvorens de zorgstructuur in het voortgezet onderwijs
definitief vast te stellen.
![]()
Gedeputeerde brengt 'plattelands' bezoek aan HAS Den Bosch
Op dinsdag 24 oktober heeft het College van Gedeputeerde Staten een
werkbezoek gebracht aan de HAS Den Bosch. Het bezoek gold vooral de
nieuwe opleiding plattelandsvernieuwing, die zich tijdens het
bezoek aan het college presenteerde. Andersom presenteerde
gedeputeerde drs. P. van Geel een groot aantal provinciale
beleidskaarten aan de opleiding plattelandsvernieuwing.
Aan het begin van dit studiejaar is op de HAS Den Bosch de nieuwe
opleiding plattelandsvernieuwing van start gegaan. Deze opleiding
leidt studenten op tot 'gebiedsmanagers', die de ontwikkelingen in
het buitengebied van Nederland in goede banen leiden. Ruimtelijke
analyses, waarbij de computer vaak een onmisbaar instrument is,
spelen daarbij een belangrijke rol. De digitale kaarten die ervoor
nodig zijn, zijn echter erg duur.
Gedeputeerde Van Geel overhandigde tijdens zijn werkbezoek een
groot aantal provinciale beleidskaarten ten behoeve van de nieuwe
opleiding. De kaarten zijn ondergebracht in een GIS (Geografisch
Informatie Systeem).
Beleidsmedewerker van de opleiding plattelandsvernieuwing Tom van
Muijlwijk gaf een toelichting op het leerplan van de opleiding.
Vervolgens verzorgden twee studenten met hun docente een
presentatie over hun eerste onderzoeksproject en werd aandacht
besteed aan een rollenspel over de Peel. Dit rollenspel is
ontwikkeld om studenten een idee te laten krijgen van de
complexiteit van plattelandsvernieuwing.

Pieter van Geel (l) overhandigt de CD-roms met de digitale kaarten
aan Jeroen Naaijkens
Foto: HAS Den Bosch
![]()
Plattelandsgidsen op het aoc
In het kader van plattelandsontwikkeling hebben eerstejaars
leerlingen van AOC Friesland, locatie Sneek, half oktober een week
lang op Terschelling gebivakkeerd. Ze oefenden vaardigheden om op
boeiende en informatieve wijze mensen rond te leiden op het
platteland.
De school in Sneek is een van de acht pilot-scholen in Nederland
waar plattelandsvernieuwing expliciet als onderwerp in het
lesprogramma is opgenomen. Om daar vorm aan te geven, hebben de
docenten uit Sneek samen met de Terschellinger natuurgids Loek
Dijckhoff een weekprogramma opgesteld waarin de leerlingen naast
theoretische aspecten ook kennis maakten met de praktijk van het
gidswerk op het platteland. Op de gidsencursus moeten toekomstige
boeren en aanverwante plattelandsondernemers onder andere leren om
met de ogen van een buitenstaander te kijken naar zaken op en rond
het voor henzelf zo bekende boerenbedrijf. Ze zullen in de toekomst
wel vaker rondleidingen op het eigen bedrijf moeten organiseren om
te laten zien op welke wijze ze meewerken aan een duurzame
bedrijfsvoering en aan het onderhoud van het Nederlandse landschap.
De gidsencursus op Terschelling was hiervoor een goede gelegenheid;
het eiland beschikt immers over alle componenten van
plattelandsvernieuwing.

Leerlingen van de mbo-locatie Sneek (AOC Friesland) maakten kennis
met de praktijk van het gidswerk op het eiland Terschelling
Foto:AOC Friesland
![]()
Sushi of 'hushpoh'
Japanners die patat frites bakken en mayonaise maken, dat is op z'n
minst een niet-alledaags beeld. Toch gebeurde dat, en wel op het
Holland College op het mbo Voeding en Milieu in Delft. Half oktober
kwam daar een dag lang een groep van 23 Japanners op bezoek, die
zich vol inzet en enthousiasme aan deze West-Europese
voedingsactiviteiten wijdde, zoals de foto laat zien.
Toch ging het hier niet om voedingsdeskundigen of mensen die
daarvoor opgeleid willen worden, maar om een groep docenten die in
wisselende samenstelling om de twee jaar een aantal Europese landen
bezoekt om te zien wat in het onderwijs daar zoal te leren valt. In
Delft en omstreken bezochten de Japanners een basisschool en een
scholengemeenschap voor havo/mavo/vwo.
Op het mbo Voeding en Milieu van het Holland College in Delft
werden ze behalve voor het bakken van patat ook nog ingezet als
keurmeesters. Ze proefden appelmoes, erwtensoep, rookworst en
huzarensalade alsof ze niet anders gewend waren. De geur van oer-
Hollandse 'hushpoh' bleek echter zo'n afstotende uitwerking op de
Japanse leraren te hebben, dat ze alles liever deden dan dat goedje
ook nog te proeven.
Bij het vervaardigen van de petat met werkten de Japanners precies
volgens de instructie volgens de zevensprong en ze deden dat zo vol
inzet, dat het Holland College er nu hard over denkt een van de
Japanse docenten zelf aan te stellen, als voorbeeld voor de
leerlingen voor hun houding en inzet. Misschien is dat ook een tip
voor andere aoc's die zoeken naar oplossingen voor hun
lerarentekort?

Foto: Holland College
![]()
Wet op het onderwijstoezicht
Minister Hermans en staatssecretaris Adelmund hebben een voorstel
gedaan voor een Wet op het onderwijstoezicht waarmee de
ministerraad akkoord is gegaan. Het voorstel gaat nu voor advies
naar de Onderwijsraad en de Raad van State. De planning is dat de
Wet op het onderwijstoezicht begin 2002 in werking zal treden.
Het voorstel houdt in dat de inspectie regelmatig elke
onderwijsinstelling zal beoordelen op kwaliteit. Doel daarvan is om
ouders, school en overheid beter zicht te bieden op het
functioneren van de school. Bepaalde kenmerken van kwaliteit, zoals
bijvoorbeeld het pedagogische klimaat van de school, de
leerlingzorg en het didactische handelen van leraren, zullen dan
onderwerp van beoordeling zijn. Hoe de inspectie die kenmerken gaat
beoordelen, moet nog worden uitgewerkt en vastgelegd in een
toezichtskader. Wanneer blijkt dat de kwaliteit van een school
tekort schiet, dan stelt de inspectie een diepergaand onderzoek in.
De resultaten daarvan worden vastgelegd in een rapport, dat via
internet openbaar wordt gemaakt.
Naast kwaliteitsbeoordeling moet de inspectie de naleving van
bestaande regels blijven controleren. Eindverantwoordelijke voor
het inspectietoezicht is en blijft de minister.
![]()
Interesse in het waarborgen van de kwaliteit van buitenlandse
beroepspraktijkvorming?
Dan bent u hierbij uitgenodigd voor de disseminatieconferentie van
het VIA pilot project 'erkenningen van bpv-bedrijven in het
buitenland' op 8 december 2000 in het Golden Tulip Hotel Bad
Boekelo.
In dit door het ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Visserij
gefinancierde project hebben aoc's en Lobas onder projectleiding
van Stichting Uitwisseling de methodiek van het samenwerken met
buitenlandse organisaties uitgeprobeerd om te komen tot een systeem
van erkenningen voor buitenlandse bedrijven.
Meer en meer studenten gaan tijdens hun beroepsopleiding voor
stage (beroepspraktijkvorming) naar het buitenland. Men wil over de
eigen landsgrenzen heen kijken, sociale contacten leggen met mensen
uit andere culturen, de bedrijfssector in een ander land leren
kennen en zich ontwikkelen. Om het maximale uit een dergelijke
periode te halen is het van belang dat een aantal randvoorwaarden
zijn vervuld. Namelijk dat het ontvangende stage-(bpv)bedrijf
openstaat voor de student en tijd c.q mogelijkheden heeft om
hem/haar te begeleiden, dat de veiligheid tijdens het werk is
gegarandeerd en dat er mogelijkheden bestaan om sociale contacten
te leggen.
Ook in de Wet op Educatie in het Beroepsonderwijs (1996) is gesteld
dat bpv-bedrijven aan een aantal kwaliteitscriteria dienen te
voldoen, wil men stagiaires mogen opleiden. Genoemde criteria
gelden niet alleen voor Nederlandse bedrijven maar ook voor
buitenlandse bpv-bedrijven. Voldoet een bedrijf aan de
kwaliteitscriteria dan wordt het bedrijf 'erkend'.
Maar hoe dient de kwaliteitstoetsing in het buitenland te gebeuren?
Colo, het overkoepelende orgaan van landelijke organen, heeft de
mogelijke methodieken om dit probleem aan te pakken in kaart
gebracht. In het Via-project 'Erkenningen van buitenlandse bpv
bedrijven' is gekozen voor de samenwerking met buitenlandse
(kwalificerende) organisaties in Denemarken en Duitsland. Tezamen
met Praktikudvalget en de Landwirtschaftskammers Weser-Ems en
Hannover, organisaties die reeds een lange traditie hebben op dit
terrein, zijn de kwaliteitscriteria vergeleken en aan de praktijk
getoetst.
Centraal in deze conferentie staan de ervaringen en resultaten van
het samenwerken met buitenlandse organisaties in het kader van de
erkenningen van bpv bedrijven. Tevens wordt over een mogelijk
vervolg nagedacht.
Belangstellenden kunnen meer informatie opvragen/zich aanmelden bij
projectleider Marijke Kramer via email: marijke.kramer@netc.pt of
telefoon telefoon/fax: 00351 239 996607 (Portugal). Aangezien er
sprake is van beperkt aantal plaatsen zullen de aanmeldingen in
volgorde van binnenkomst worden behandeld.
![]()
Terra Boy
Assistent-docent gebruikte schoolcomputers voor pornobedrijf
Bij de vestiging Emmen van AOC Terra is in september een
assistent-docent op non-actief gesteld nadat was gebleken dat
de man op schoolcomputers en in de tijd van de baas zaken
voor zijn porno-internetbedrijf deed. Bij de zitting voor het
kantongerecht op woensdag 15 november voerde de verdediging
aan dat het aoc geen regels heeft voor het gebruik van de pc's.
De Emmenaar zou op schoolcomputers zaken doen voor zijn
eigen firma Taboe international mailorders. Hij zou veelvuldig
sekssites hebben bezocht en e-mailcontact hebben met relaties
van buiten de school die zich bezighouden met porno. Hij deed
ook mee aan pornografische nieuwsgroepen. Bovendien is de
man eerder met politie en justitie in aanraking geweest. Zo'n
drie jaar geleden werd hij ervan beschuldigd kinderpornofilms
in omloop te hebben gebracht via zijn seksshop Candy in
Klazienaveen en zijn winkel in Winschoten. Beide zijn inmiddels
gesloten.
De advocaat van de school vroeg om ontbinding van de arbeids-
overeenkomst, want de beklaagde heeft de goede naam van de
school in diskrediet gebracht. De verdediging voerde aan dat
iedere werknemer wel eens privé e-mail verstuurt. Bovendien
keurde hij het af dat de directie van de school computerbestanden
heeft laten onderzoeken.
Bij sommige andere aoc's is wel (voorgenomen) beleid om
misbruik van schoolcomputers te voorkomen. "We gaan kijken
of we iets kunnen doen, maar beveiligen heeft ook nadelen", aldus
Peter Laanstra, systeembeheerder in Barneveld (Groenhorst College).
"Dan denken we aan een filter. Een andere mogelijkheid is alleen
intranet op de computers en een paar waarop internet bereikbaar
is." Hij praat dan over gebruik door leerlingen. "Van het personeel
heb ik het niet gezien of gecontroleerd. Ik ga ervan uit dat dit niet gebeurt."
"We gebruiken welbewust geen filters om pornosites te weren
want we vinden dat we als school een opvoedende taak hebben",
zegt Nico Vollebregt, systeembeheerder in Emmen. "Dat betekent
dat we ze niet afhouden van iets, maar leren er bewust gebruik van
te maken." Het beleid van intekenen op computers en regelmatig
rondlopen heeft, denkt hij, voldoende effect. "Ik heb het daarna niet
meer gezien."
Jelle Bloem, applicatiebeheerder van het College van Bestuur van
de 4 AOC's, denkt aan een bordermanager; dat is een filtersysteem
om misbruik te voorkomen. "Misbruik van computers gebeurt hier
vast ook wel, maar er zijn nog nooit mensen ontslagen."
In de Emmense zaak doet de kantonrechter eind november uitspraak.
![]()
Géén cd-rom, wel tijdschrift
Begin november zijn de resultaten bekend geworden van een onderzoek
in opdracht van het Hoger Agrarisch Onderwijs. Het onderzoek werd
uitgevoerd onder 350 scholieren op de landelijke studiebeurs op 28 tot
30 september in Utrecht. Deze jongeren werd gevraagd welke informatie
ze gebruikten bij het maken van een keuze voor mogelijke vervolgopleidingen.
Ondanks het feit dat ze gebruik kunnen maken van speciaal daarvoor
gemaakte internetsites en cd-roms, gaven de meesten toch (nog) de
voorkeur aan tijdschriften.
Het onderzoek werd uitgevoerd door een student bedrijfscommunicatie
aan de universiteit van Nijmegen. Zij ondervroeg de 350 scholieren uit
examen- en voorexamenklassen havo, vwo en mbo over hun gebruik
van studiekeuzemedia. Ook onderzocht zij de bekendheid van deze
media bij de leerlingen. Media voor studiekeuze zijn onder andere de
tijdschriften `Toekomstmagazine', `Wiomagazine' of `Pauze', de
cd-roms `Wiosis', `Traject', `Walras' en `Odysseus' en de
internetsites www.schoolweb.nl, www.toekomst.nl, www.hbo-raad
en www.werk.net.
86,2% van de scholieren blijkt de tijdschriften op school regelmatig
te lezen. 29,9% bekijkt op school weleens de cd-roms, het percentage
leerlingen dat dat thuis doet is 12,7. 40% van de scholieren surft thuis
of op school met enige regelmaat naar internetsites die gericht zijn
op studie- en beroepskeuze. Het populairst onder de leerlingen waren
`schoolweb', `toekomst' en www.studenten.net.
De vraag of ze de studiekeuzemedia wel eens samen met hun ouders
bekeken, leverde niet veel positieve respons op. 80% van de ondervraagde
scholieren had dat nog nooit gedaan.
![]()
More money matters
Hoera voor de AOC raad en de moeite die hij heeft gedaan voor
een rechtvaardiger verdeling van de impulsgelden beroepsonderwijs
over roc's en aoc's. Want die moeite werd beloond met de brief van
minister Brinkman van 7 november naar de vaste commissie voor
LNV, waarin Brinkhorst de oorspronkelijke, ongunstige, verdeling
herziet en tegemoetkomt aan de bezwaren van de AOC raad.
Marcel Kooijman, directeur van de raad, is blij met de helderheid
die door het schrijven van de minister is ontstaan. Hoewel ... met
die nieuwe helderheid heeft Brinkhorst direct alweer nieuwe
onduidelijkheid geschapen: wat zit er nu wél, en wat zit er nu níet
in het toegezegde bedrag? Want naast de impulsgelden
beroepsonderwijs is er ook sprake van gelden voor het aantrekkelijker
maken van het lerarenberoep, en de raad weet nog niet of de
toezegging die gelden in- of uitsluit en ook niet of de genoemde
bedragen ook voor het hao zijn of alleen voor de aoc's.
"Helder is in elk geval wél - en daar zijn we wel blij om - dat het
uiteindelijke bedrag aanzienlijk groter is dan de schamele vijf miljoen
waarmee we oorspronkelijk werden afgescheept. In die zin is het een
heel succesvolle actie van de AOC raad geweest", aldus Kooijman.
"We hebben wel het gevoel dat het ongeveer klopt met onze claims,
maar helemaal zeker weten we het nog niet. Binnenkort zal DWK
ons daarover helderheid verschaffen, dan weten we precies hoe
het zit. Een ander pijnpuntje in de brief betreft de groene afdelingen
in scholengemeenschappen. In de brief worden die doorverwezen
naar OC&W, terwijl mij bekend is van enkele scholen dat die weer
werden terugverwezen naar LNV. Daar zit dus nog een
communicatiestoornis die moet worden opgelost."
Over de structurele financiering van het aoc-onderwijs zal de
minister de raad in het vroege voorjaar van 2001 informeren,
staat in de brief. Die tijd is nog nodig voor het onderzoek dat bureau
'Ernst en Young' instelt naar de bekostiging van aoc's op
schoolniveau. "Daar zeuren we nu al sinds 1994 over. Linksom
of rechtsom, maar we moeten nu eindelijk eens tot
overeenstemming komen."
![]()
Subsidieregeling ondernemerschap en onderwijs
De komende twee jaar stellen de ministeries van OC&W en
Economische Zaken 10 miljoen gulden beschikbaar voor het
bevorderen van ondernemerschap in het onderwijs.
Volgens de laatste ondernemerschapsmonitor van het ministerie
van EZ is slechts 7% van de Nederlandse studenten in het hoger
onderwijs geïnteresseerd in ondernemerschap, terwijl het gemiddelde
percentage in Europa 10 en in de Verenigde Staten zelfs 19 bedraagt.
Bovendien geeft tweederde van de Nederlandse ondernemers aan
dat het onderwijs niet heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van
de benodigde ondernemersvaardigheden.
Reden genoeg voor beide ministeries om op dit punt actie te
ondernemen. Want: hoe méér ondernemers in Nederland, hoe
méér vreugd voor economie en arbeidsmarkt. Daarom werd, ter
stimulering van de ondernemendheid, de Commissie Ondernemerschap
en onderwijs ingesteld onder leiding van professor Van Wieringen.
Deze commissie opende een website - www.lerenondernemen.nl -
met voorbeeldprojecten ondernemersvaardigheden. Tevens overtuigde
de commissie de ministers van de noodzaak om extra geld
beschikbaar te stellen voor nieuwe onderwijsprojecten, zoals
bijvoorbeeld de mini-ondernemingen.
![]()
Nieuwe Terra-directeuren
Het College van Bestuur van AOC Terra heeft drie nieuwe
locatiedirecteuren benoemd: op de Groene School te Winsum,
de vmbo-groen locatie te Emmen en de Emmense mbo-vestiging.
De nieuwe directeuren zijn drie heren, te weten M. Oostland (43) ,
W. Noorman (50) en H. Prinsen (45).
De heer Oostland wordt per 1 maart directeur van de Groene School
en volgt daarmee de heer H.J. Sok op. Oostland is nu nog werkzaam
op het Alfa College, Groningen, als unit directeur.
Op het vmbo-groen Emmen gaat de heer Jan Ruinemans per 1 januari
met fpu. Op die datum wordt hij opgevolgd door de heer W. Noorman,
thans basisschooldirecteur in Westerbork. Noorman was zowel
bovenschools directeur basisonderwijs en directeur voortgezet onderwijs.
Mevrouw Trudy van der Berg, directeur van de Terra-vestiging mbo
Emmen, aanvaardde onlangs een benoeming als Pabo-directeur in
Groningen. Uiterlijk per 1 maart 2001 wordt zij opgevolgd door de
heer H. Prinsen. Tot die tijd is Prinsen werkzaam op het Deltion
College in Zwolle als adjunct-directeur.
![]()
Kust en zeestudies bij Van Hall
Op de open dag - op zaterdag 18 november - van het Van Hall Instituut
in Leeuwarden stonden vooral de nieuwe studiemogelijkheden centraal.
Studenten kunnen daar met ingang van het volgend jaar de nieuwe studie
'Kust- en zeestudies' volgen. Ook kunnen ze voor het eerst in Leeuwarden
de propedeuse volgen van zes Wageningse studies: biotechnologie,
levensmiddelentechnologie, moleculaire wetenschappen, 'bodem, water
en atmosfeer', milieukunde en 'te chnologie en milieumanagement'. De
colleges en practica van de propedeuses worden verzorgd door het Van
Hall Instituut.
De open dag op het Van Hall was onderdeel van de landelijke campagne
'Creëer balans' van het Hoger Agrarisch Onderwijs. Op zaterdag 18 november
openden alle zes hoger agrarische scholen in ons land hun deuren voor
belangstellenden. In het kader van deze campagne organiseren ze in het
voorjaar van 2001 ook een gezamenlijke beroependag.
![]()
Agrojobs bij AOC Terra
Het arbeidsbemiddelingsbureau voor de agrarische sector, Agrojobs,
heeft ook in Groningen, in de mbo-vestiging van AOC Terra, zijn deuren
geopend. Na Helicon (Velp) en Clusius (Hoorn) is Groningen daarmee de
derde agrarische mbo-vestiging die Agrojobs in huis heeft gehaald.
Agrojobs doet meer dan het koppelen van vraag en aanbod op de
agrarische arbeidsmarkt, vindt Leni Herenius, directeur van de Terra-
vestiging. Zoals bijvoorbeeld het begeleiden van leerlingen bij het
vinden van geschikt werk in samenspraak met de decaan en de
coördinator beroepspraktijkvorming. En het oppikken van signalen
uit het bedrijfsleven richting school. Leni Herenius vindt die functie
belangrijk omdat die signalen iets zeggen over de aansluiting van
de opleidingen met het werkveld. Met suggesties vanuit de praktijk
kan de school nog beter inspringen op de marktvraag. En met de
komst van het groene bemiddelingsbureau binnen de muren van
de aoc-vestiging biedt de school nu een totaalpakk et van studie,
sollicitatiebegeleiding en baanbemiddeling.
Overigens hebben de beide medewerkers van Agrojobs, vestigingsmanager
Klaas Richard Boonstra en consulent Marianne van Til, een hechte band
met zowel het onderwijs als het groene bedrijfsleven. Beid en waren
werkzaam in het agrarisch onderwijs en onderhielden contacten met de
stagebieders van hun leerlingen.

Van links naar rechts: vestigingsdirecteur Leni Herenius en Marianne van Til
en Klaas Richard Boonstra van Agrojobs Groningen
Foto: AOC-Terra.
![]()
Propere Lodalien
Sinds één jaar heeft AOC Groen College, vestiging De Bossekamp te
Ottoland, de werkgroep 'Lodalientje'. Deze werd in het leven geroepen
omdat men zich zorgen maakte over de properheid en hygiëne in de
school na de uitbesteding van het schoonmaakwerk aan een schoonmaakbedrijf.
De werkgroep controleerde de werkzaamheden van het bedrijf en voerde overleg
met de schoonmakers, maar zonder veel resultaat. De vloeren, wc's en
wasbakken bleven vuil.
Goede raad was duur. Men vond dat enerzijds het schoonmaakbedrijf
verantwoordelijk was, maar anderzijds stelde de centrale directie ook
duidelijk onvoldoende financiële middelen beschikbaar om de school
goed schoon te houden. Lodalientje besloot daarom tot harde
(schoonmaak)actie over te gaan om duidelijk te maken dat haar
geduld op was.
Maandagmiddag 13 november kregen de leerlingen vrij, maar werkte het
team van De Bossekamp zich in het zweet om de school weer eens
ouderwets te laten glimmen en glanzen. De actie 'Propere Lodalien'
werd ondersteund door de locatiedirectie en de adviescommissie,in
de hoop dat de centrale directie nu toch eindelijk eens met een
oplossing komt. Maar daar ziet het nog niet direct naar uit. De heer
Van der Snoek, lid directieraad van de vier aoc's, beroept zich desgevraagd
op het gegeven dat de schoonmaakbekostiging voor aoc's achterblijft bij
die van andere scholen. En op de omslag van eigen schoonmakers naar
een schoonmaakbedrijf. Maar wat vindt hij nu van de ludieke actie? "Ik vind
het prima dat men daar aandacht aan geeft en voor vraagt. Ik vind het onjuist
dat daar lessen voor uitvallen."

Vestiging De Bossekamp in Ottoland ging dicht en 'Propere Lodalien' aan het werk
Foto: AOC Groen College
![]()
Opening nieuwe gebouw De Groenstrook
Hoewel het nieuwe schoolgebouw van vestiging De Groenstrook van
Stichting de 4 aoc's het afgelopen voorjaar al werd opgeleverd en al
vanaf die tijd in gebruik is, vond pas op 16 november de officiële
opening plaats. Dat gebeurde op tamelijk spectaculaire wijze. Na
de openingstoespraak van directeur Mosselman en een optreden
van Sinterklaas, die de school namens een aantal sponsors gordijnen
aanbood, verrichtte oud-leerling Rutger Tas de officiële openingshandeling.
Aan een touw kwam hij van het dak van het gebouw abseilen om vervolgens
met een kettingzaag een boomstronk door te zagen. En dat alles tegen
een decor van leerlingen die respectievelijk het oude en het nieuwe gebouw
symboliseerden.
Daarna voerde een groep leerlingen de musical 'Zeg het met kleur' op. Een
stuk waarin de bouwers van het gebouw overtuigd worden van de noodzaak
van kleur in een schoolgebouw.
's Avonds konden de ouders het nieuwe gebouw bezichtigen. De week voor
de opening hadden diverse werkgroepen gezorgd voor de aankleding van het
gebouw en van de lokalen. Zo zorgde de sectie Bloem schikken/-binden voor
verschillende blijvende wandversieringen; de werkgroep Aanleg en Onderhoud
maakte een stenen windroos op het schoolplein en de sectie Beeldende Vorming
vervaardigde een indrukwekkend kunstwerk met de namen van alle huidige
leerlingen erop.

Spectaculaire openingshandeling door oud-leerling Rutger Tas die van
het dak van het nieuwe schoolgebouw abseilde en vervolgens een
boomstronk doorzaagde
Foto: De Groenstrook
![]()
Platform Agro-economie
Voor Limburgse boeren die uit zijn op innovatie van hun bedrijf is een
nieuw kenniscentrum opgezet: het Platform Agro-economie. Dit
platform is gericht op innovatie en marktonderzoek. Het wordt
gesubsidieerd door LNV, de provincie, de Limburgse Land- en
Tuinbouworganisatie (LLTB) en de Rabo-bank.
Het platform zorgt voor kennis op maat voor boeren die initiatieven
willen nemen om hun bedrijf aan te passen aan de veranderende
maatschappelijke maatstaven. De universiteiten van Wageningen en
Maastricht en het Landbouw Economisch Instituut (LEI) leveren die
kennis aan.
"Vooral boeren van rond de veertig gaan verder kijken dan hun eigen bedrijf",
licht LLTB-voorzitter Koos Koolen toe. "Ze beseffen dat ze meer vanuit de
beleving van de consument moeten denken en hun productie daarop moeten
afstemmen."
Bron: Agrarisch Dagblad
![]()