Nieuwsberichten groen onderwijs mei 2001

 

24-uurs actie vmbo Maasland

Agrarisch Opleidingsbedrijf 2001

De veilige school

Samenwerking Wageningen, Larenstein en Van Hall

Diermanagement aapt mee

Kenniswinkel

Manifestatie voedselveiligheid

De arbeidsmarkt van het voltijd mao

Examinering mbo

Gildeleren in Friesland

International timber trade op Larenstein

Lesbrief mond- en klauwzeer

IPC Barneveld 40 jaar

Heertje op Larenstein

Academie voor de paardensport

Locatie Deventer ter discussie

Examinering mbo-groen

Daling aanmelding voor hbo

Wellantcollege KUNSTdag

Dag van de leraar

24-uurs actie vmbo Maasland

Woensdag 11 april, twaalf uur. Op de vmbo-vestiging Maasland van het Holland College gaat een 24-uurs actie van start die als doel heeft zoveel mogelijk sponsorgeld op te halen voor de Roparun. De Roparun is een non-stop estafette hardloopwedstrijd over 530 kilometer van Rotterdam naar Parijs, die gepland staat voor 23 mei aanstaande. Hiermee wil een team van medewerkers zoveel mogelijk geld inzamelen voor mensen met ongeneeslijke ziektes, bijvoorbeeld patiënten met kanker in de Daniel den Hoed-kliniek.

24 uur auto's wassen, 24 uur in bed liggen in een slaaplokaal, 24 uur achtereen in estafette rondjes lopen rondom de school, 24 uur lesgeven en ook 24 uur lessen volgen. Of 24 uur patat en kroketten bakken in de kantine - alles kon, als het maar geld opbracht voor het goede doel. En dat deed het: donderdagochtend om twaalf uur had de actie bijna vijftienduizend gulden opgeleverd. En was iedereen doodmoe - behalve dan de slaapploeg - maar tevreden met het mooie resultaat.

Het Roparun-team bereidt zich inmiddels voor op de estafette naar Parijs. Mocht die door de mkz-problemen onverhoopt niet doorgaan, dan hebben zij in elk geval toch een ijzeren conditie...

 24 uur auto's wassen, 24 uur `slapen', 24 uur lesgeven, lessen volgen of rondjes lopen rondom de school; en dat allemaal voor het goede doel. 

Foto: Holland College

Agrarisch Opleidingsbedrijf 2001

Uit de ruim veertig voordrachten voor de verkiezing van het beste agrarische opleidingsbedrijf in het jaar 2001 heeft de jury zijn keus laten vallen op potplantenbedrijf Schoneveld in Twello. Het bedrijf ontvangt van Lobas een beeldje, een certificaat en een prijs van 1000 gulden. De jaarlijkse prijsuitreiking in Papendal moest echter worden afgelast in verband met de mond- en klauwzeer.

De jury prees Schoneveld Twello bv als een 'opleidingsbedrijf in hart en nieren', met veel aandacht voor de huidige en toekomstige medewerkers. Opleiden wordt er als een natuurlijk en geïntegreerd onderdeel van het bedrijf beschouwd en de - gekwalificeerde - praktijkopleiders gaan er doelgericht en planmatig mee om. Het bedrijf onderhoudt ook een duurzame en intensieve relatie met de betrokken onderwijsinstellingen.

Schoneveld werd als beste gekozen uit zes sectorale winnaars. De overige vijf: Gorkink Natuurlijk bv Apeldoorn, Dierenkliniek Biltstraat Utrecht, P. van der Eijk Tuinaanleg en Onderhoud bv Den Hoorn, Manege de Roosberg Bavel en Vezet Warmenhuizen, ontvangen een beeldje, een certificaat en een prijs van 500 gulden.

Prijswinnaar Schoneveld uit Twello werd beste agrarisch opleidingsbedrijf in 2001. Maar de prijsuitreiking in Papendal moest vanwege mkz worden afgelast.

Foto: Lobas

De veilige school

Pesten op school en op het werk - het komt vaker voor dan we dachten. De media hebben er de afgelopen tijd veel aandacht aan besteed. Voor leerlingen die op school worden gepest of met geweld te maken krijgen, is er de landelijke onderwijstelefoon (0800-1608, internet www.aps.nl/onderwijstelefoon), waar ze hun verhaal kwijt kunnen en samen met de telefonische hulpverleners zoeken naar oplossingen.

Sinds kort is er ook een landelijk advies- en informatiepunt voor vragen over het veiligheidsbeleid op scholen: het transferpunt jongeren, school en veiligheid. Hierin zijn de projecten `preventie seksuele intimidatie', `de veilige school' en de onderwijstelefoon ondergebracht. De helpdesk bestaat uit drie medewerkers van het APS, Giti Bán, Saskia van der Gaag en Wim Alexander, en is vooral gericht op schoolleiders, coördinatoren, vertrouwenspersonen, leerlingbegeleiders, leden van klachtencommissies en besturen. Zij kunnen van de helpdeskmedewerkers de nodige informatie krijgen over het maken van een veiligheidsplan, over scholing, werkwijzen, materialen en contactpersonen.

Het transferpunt geeft ook een serie boekjes/brochures uit op het gebied van veiligheid op school. Een overzicht hiervan is schriftelijk te bestellen via fax 030 2856777 of e-mail transferpunt@aps.nl. De inhoud van de boekjes is in te zien en te downloaden via de website van het transferpunt: www.aps.nl/transferpunt.

Het transferpunt is dagelijks te bereiken tussen 10.00 en 14.00 uur op tel. 030 2856616.

Samenwerking Wageningen, Larenstein en Van Hall

Vorm geven aan `de nieuwe landbouw' in het hogere onderwijs. Meer aandacht voor thema's als ethiek, voedselveiligheid, dierenwelzijn en de consument. Inspelen op de maatschappelijke vraag naar een heroriëntatie van de landbouw en inrichting van de groene ruimte. Dat zijn enkele punten uit de eerste doelstelling van de samenwerkingsovereenkomst die de besturen van Wageningen UR en de holding Larenstein-Van Hall op 9 april hebben ondertekend.

Hogescholen en universiteit willen ook de kennisdoorstroom vanuit het onderzoek naar het onderwijs verbeteren, zodat docenten beter toegang krijgen tot actuele kennis op hun vakgebied. Hogeschooldocenten kunnen dan regelmatig even `bijtanken' in Wageningen en met die actuele kennis hun onderwijs op een hoger plan brengen.

De derde doelstelling uit de intentieverklaring betreft de onderlinge afstemming van de onderwijspakketten, zodat studenten makkelijker en beter uit het aanbod kunnen kiezen. Ook de gezamenlijke ontwikkeling en uitvoering van de Masters-opleidingen staat op de rol. De huidige masters-opleidingen aan de agrarische hogescholen moeten nu nog door buitenlandse universiteiten worden gevalideerd. In het samenwerkingsverband tussen Wageningen UR en de beide hogescholen zal dat niet langer nodig zijn.

Het vierde punt van samenwerking betreft ict-ontwikkelingen. De partners willen onder andere de samenwerking op het gebied van afstandsleren - het project Walhalla - uitbreiden naar internationaal onderwijs. En tot slot willen de drie instellingen gezamenlijk buitenlandse studenten en opdrachten gaan werven.

De besturen van Wageningen UR en de holding Van Hall-Larenstein vormen hiertoe samen een stuurgroep. De stuurgroep gaat een projectgroep samenstellen die de samenwerking tussen de instellingen gaat voorbereiden en uitvoeren. Op korte termijn zullen de geplande samenwerkingsactiviteiten worden ondergebracht in een gezamenlijke regeling. Ook is afgesproken dat de Raad van Bestuur van Wageningen UR deel gaat uitmaken van de Raad van Toezicht van Larenstein-Van Hall.

Diermanagement aapt mee

De opleiding Diermanagement van het Van Hall Instituut heeft een samenwerkingsovereenkomst gesloten met het grootste apenopvangcentrum ter wereld, de Primate Refuge and Sanctuary of Panama (PRSP).

De PRSP vangt inbeslaggenomen en bedreigde apensoorten op, zoals de Tamarins uit Panama. De dieren worden ondergebracht op eilandjes in het Panama-kanaal, waar ze in betrekkelijk natuurlijke omstandigheden kunnen leven. Hier wordt onderzoek gedaan, onder andere naar natuurlijk gedrag en naar mogelijkheden om de apen voor uitsterven te behoeden.

Sinds 1997 werkt het Van Hall met het opvangcentrum samen. Tot nu toe hebben twintig studenten diermanagement voor het opvangcentrum wetenschappelijk onderzoek verricht. De nu gesloten overeenkomst houdt in dat de bestaande contacten met het Panamese opvangcentrum worden uitgebreid. Het centrum wordt intensiever ondersteund vanuit het Van Hall en er komt een wetenschappelijk adviescomité dat onderzoeken initieert en coördineert. Ook brengt het comité advies uit ten aanzien van het onderzoeksbeleid van de PRSP.

Op deze manier wil het Van Hall Instituut zijn steentje bijdragen aan het behoud van ernstig bedreigde diersoorten. En kunnen de studenten Diermanagement er ook nog iets van opsteken.

Kenniswinkel

Een soort postorder-supermarkt met allerlei producten die boeren kunnen helpen met het mineralenbeheer op hun bedrijf. Een makelaar die geschikte kennisproducten `aan de boer' brengt. Die kennisproducten kunnen variëren van begeleiding door een adviseur tot het deelnemen aan een cursus op een aoc of ipc.

De bedoeling van de nieuwe regeling kenniswinkel, een initiatief van de ministeries van LNV en VROM en de LTO, is om boeren een steuntje in de rug te geven bij de toepassing van mineralenmanagement op hun bedrijf. De boeren staan voor de opgave om binnen een kort tijdsbestek te voldoen aan de eindnormen. Een kleine groep `koplopers' heeft het mineralenbeheer al redelijk onder de knie, maar nu moet het grote peloton van `volgers' er nog mee aan de slag.

Verantwoordelijk voor het project kenniswinkel, dat momenteel nog volop in ontwikkeling is, is de stuurgroep nitraatprojecten. Hierin zijn LNV, VROM en LTO-Nederland vertegenwoordigd. In het najaar krijgen alle boeren en tuinders een setje persoonsgebonden bonnen ter waarde van omstreeks 500 gulden.. Deze kunnen ze inzetten om naar eigen keuze bepaalde kennisproducten uit de postorderwinkel aan te schaffen. Een overzicht van de beschikbare kennisproducten, de prijzen en mogelijke kortingen wordt meegezonden.

In totaal is met het project kenniswinkel een bedrag van 45 miljoen gulden gemoeid.

Bron: 'de Boerderij'

Manifestatie voedselveiligheid

Tachtig leerlingen van het Holland College mbo Voeding & Milieu in Delft organiseerden op 26 april een grote manifestatie over de veiligheid van voedsel en milieu. Ook diverse bedrijven uit de regio maakten hier hun opwachting.

In de stand `veilig thuis voedsel bereiden' bakten enkele leerlingen diverse vleessoorten, waarbij ze uitleg gaven over hoe vlees moet worden bereid om veilig gegeten te kunnen worden. In de stand `genetisch gemanipuleerd voedsel' werden door voor- en tegenstanders verhitte discussies gevoerd. En vertegenwoordigers van milieuorganisaties en bedrijven, zoals bijvoorbeeld Greenpeace en DCM Rijnmond, gaven informatie over toekomstmogelijkheden voor leerlingen van de milieuopleiding. De manifestatie viel samen met de open dag van de mbo-vestiging, zodat ook toekomstige leerlingen een voorproefje kregen van wat hun te wachten stond.

In de twee weken die aan de manifestatie voorafgingen, hebben de betrokken leerlingen hard gewerkt om alles goed te laten verlopen. Ze benaderden stagebedrijven, schreven persberichten, werkten actiepunten uit en bezochten persoonlijk de scholen in de regio om leerlingen uit te nodigen. Vooral door hun inzet en enthousiasme werd de manifestatie een succes. Besloten werd het evenement het volgend jaar wat vroeger in het jaar opnieuw te organiseren.

Verhitte discussies over genetisch gemanipuleerd voedsel op de manifestatie voedselveiligheid van het Holland College Delft

Foto: Holland College

 

De arbeidsmarkt van het voltijd mao

Het mao heeft meer gediplomeerde schoolverlaters met een vmbo-vooropleiding en minder schoolverlaters met een mavo- of havo-achtergrond dan andere mbo-sectoren. In vergelijking met de anders sectoren stromen er uit het agrarisch mbo relatief weinig vrouwen uit en praktisch geen allochtonen (zie onderstaande tabel). En mao-deelnemers op niveau 3 en 4 leren minder vaak door dan overige mbo-ers van hetzelfde niveau. Wel nemen ze vaker deel aan cursussen of bedrijfsopleidingen.

Dit zijn enkele conclusies uit het arbeidsmarkt- en loopbaanonderzoek dat Stoas-onderzoekers eind 1998 hebben gehouden onder bijna 3000 mao-schoolverlaters tussen 1987 en 1997. Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de arbeidsmarkt, soort en kwaliteit van de functies, de aansluiting tussen opleiding en werk, het volgen van vervolgopleidingen en cursussen en de positie van het mao in vergelijking met het overige mbo. Door vergelijkingen met onderzoek in 1995 kan het onderzoek tevens ontwikkelingen in de tijd zichtbaar maken.

Het Stoas-rapport laat zien dat de werkloosheid onder mao-gediplomeerden tussen '95 en '98 daalde van 5,5 naar 2,4%. Onder de uitstromers op niveau 2 ligt het werkloosheidscijfer beduidend hoger, namelijk 15,7%. En van diegenen die wel werk hebben, werkt meer dan 50% onder zijn of haar niveau. Het hoogste percentage werklozen is te vinden binnen de afdeling bosbouw, cultuur- en milieutechniek. Het laagste binnen de afdeling veehouderij. Wat niemand zal verbazen, is dat gediplomeerden van de afdelingen bloemschikken en dierverzorging relatief vaak onbetaald werk verrichten.

In vergelijking met het onderzoek in 1995 hebben mao-afgestudeerden nu vaker een economische, administratieve of commerciële functie dan een agrarische. Dit verschijnsel geldt het sterkst voor de afdelingen veehouderij en plantenteelt. Die brede niet-agrarische uitstroom is er wellicht debet aan dat de meeste ex-mao'ers vaardigheden als zorgvuldigheid, initiatief nemen, creativiteit, aanpassingsvermogen en probleem oplossen belangrijke aspecten vinden om goed in een beroep te kunnen functioneren. Scholen zouden hieraan meer aandacht moeten besteden, vinden ze.

Ondanks alle verschuivingen in het agrarische beroepenveld zou ruim tweederde van de mao-gediplomeerden - uitzondering hierop vormen de schoolverlaters met een diploma dierverzorging of bloemschikken - tóch weer voor dezelfde opleiding kiezen. Binnen de afdelingen biologisch-dynamische landbouw en paardenhouderij is dit percentage zelfs ruim 80%.

 

Kenmerken van mao-schoolverlaters vergeleken met schoolverlaters uit andere mbo-sectoren.

 

 

Hoogste in het voortgezet onderwijs behaalde diploma

Persoonskenmerken

 

vbo (%)

mavo (%)

havo (%)

vwo (%)

geslacht (% vrouw)

etniciteit (% allochtoon)

gemiddelde leeftijd

Bol niveau 1 en 2 totaal

54

32

4

0

51

13

20,0

Landbouw

81

14

0

0

43

0

20,0

Techniek

67

24

0

0

8

12

20,4

Economie

52

37

1

0

54

17

20,4

Gezondheidszorg

79

10

2

0

91

11

20,4

Bol niveau 3 en 4 totaal

20

58

15

1

54

4

21,8

Landbouw

41

43

11

0

31

0

21.5

Techniek

24

57

12

1

12

3

22,5

Economie

10

58

24

1

52

5

21,4

Gezondheidszorg

23

63

8

0

88

3

21,4

Bron: `Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 1998' (statistische bijlage ROA-R-1999/5B)

Examinering mbo

Een commissie onder leiding van de heer Deetman, burgemeester van Den Haag, heeft eind april een concept-advies uitgebracht over een nieuwe examensystematiek voor het mbo. Centraal hierin staat de eigen verantwoordelijkheid van de onderwijsinstellingen. Landelijk te ontwikkelen kwaliteitsstandaarden en externe kwaliteitscontrole door een landelijk kwaliteitscentrum en sectorale examenplatforms moeten de kwaliteit van de examinering in het mbo beter waarborgen dan tot nu toe het geval was.

Het concept-advies van de commissie Deetman voor het mbo spoort daarmee behoorlijk met het al eerder opgezette project examinering mbo-groen van de AOC raad. Hierin ligt de verantwoordelijkheid voor de toetsing ook geheel bij de onderwijsinstellingen. Tot nu toe zijn in een pilotproject voor tien deelkwalificaties ijkpunten ontwikkeld (een ander woord voor kwaliteitsstandaarden), op grond waarvan nu toetsen zullen worden gemaakt. Nog vóór de zomer kan duidelijk zijnof de aanpak van de AOC raad werkbaar is en tot goede resultaten leidt.

Het advies van Deetman moet begin mei in de BVE raad en COLO worden geaccordeerd. Daarna worddt het aan de minister van OC&W voorgelegd. Voorzien van zijn reactie komt het zo mogelijk nog vóór de zomervakantie in bespreking in de Tweede Kamer. De gang van zaken rondom de examinering mbo is ook voor de aoc's van belang, omdat landelijke richtlijnen en wetgeving natuurlijk ook voor hen van kracht zijn.

Gildeleren in Friesland

Geïnspireerd door de middeleeuwse gilden en het vakmanschap dat de middeleeuwse `gezellen' daarin opdeden, willen de docenten van AOC Friesland in Sneek hun BBL-deelnemers in de veehouderij op dezelfde wijze werkend laten leren en lerend laten werken. De BBL-opleiding veehouderij verhuist daarom in september 2001 naar een veehouderijbedrijf van IPC dier in Oenkerk.

Vier dagen in de week - of minimaal 21 uur - werken de BBL-leerlingen op een bedrijf onder het toeziend oog van hun werkgever/patroon. De vijfde dag werken ze in intensief begeleide groepjes aan hun veehouderij-vakmanschap. In de BBL-gilde wordt daarnaast ook aandacht besteed aan hun sociale en maatschappelijke vorming. Op deze manier wil de locatie Sneek van AOC Friesland de `doeners' van de BBL-opleidingen nog beter tot hun recht laten komen.

De locatie biedt (oud)leerlingen of cursisten zonder diploma ook de gelegenheid om alleen die certificaten te halen die ze nog nodig hebben om met een diploma aan het werk te gaan of te blijven.

International timber trade op Larenstein

In de internationale houthandel is veel vraag naar hoger opgeleiden op het gebied van bosbouw en houtproductie, in combinatie met commerciële en logistieke kennis. Daarom biedt Hogeschool Larenstein met ingang van september dit jaar, als onderdeel van de studierichting bos- en natuurbeheer, de nieuwe specialisatie `internationale houthandel' aan. De officieel Engelse titel geeft aan dat de opleiding geheel in het Engels wordt gegeven.

Larenstein verzorgt de opleiding samen met de Arnhem Business School, Wageningen UR en de Swedish University of Agricultural Sciences. De specialisatie duurt twee jaar. In die twee jaar volgen de studenten afwisselend onderwijs in Arnhem, Wageningen, Velp en Zweden. Ze volgen daarnaast ook een buitenlandse stage.

Op 27 april gaf ex-landbouwminister Gerrit Braks, thans voorzitter van het platform Hout in Nederland, het startschot voor de nieuwe specialisatie met een lezing over duurzaamheid en certificering.

Coördinator van de specialisatie `internationale houthandel' op Hogeschool Larenstein is John Raggers. Bij hem kunt u desgewenst terecht voor meer informatie, via telefoon 026 3695707 of e-mail j.raggers@larenstein.nl.

De nieuwe specialisatie `international timber trade' combineert expertise op het gebied van handel en logistiek met bosbouw en houtproductie. Oud-landbuwminister ir. Gerrit Braks gaf er het officiële startsein voor op 27 april

Foto: Jurjen Bersee

Lesbrief mond- en klauwzeer

`Per Expresse - lessen in wereldnieuws' is een serie lesbrieven over actuele gebeurtenissen in het wereldnieuws voor leerlingen in bovenbouw basisonderwijs en basisvorming voortgezet onderwijs. Elk nummer bevat kopieerbare werkbladen voor de leerlingen en achtergrondinformatie, kerndoelen en didactische aanwijzingen voor de leerkracht.

Inspelend op de actualiteit hebben de samenstellers, het Centrum voor Mondiaal Onderwijs in Nijmegen, een lesbrief uitgebracht over mond- en klauwzeer met feiten, meningen en achtergronden. De lesbrief bevat tekstmateriaal, foto's en citaten, opdrachten en Nederlandstalige links voor de leerlingen. Voor leerkrachten is een docentenhandleiding bijgevoegd met extra achtergrondinformatie en lessuggesties. De lesbrieven zijn gekoppeld aan de website www.cmo.nl, waar overzichtskaarten van mkz-gebieden elders in de wereld te vinden zijn en interviews met mkz-boeren in andere landen. Ook besteedt de website aandacht aan publieksacties en de maatschappelijke gevolgen van mkz.

Losse nummers van `Per Expresse' kosten _ 7,50 per stuk en zijn te bestellen bij het Centrum voor Mondiaal Onderwijs, Postbus 9108, 6500 HK Nijmegen, tel. 024 3613074, fax 024 3613014. Wie een abonnement neemt, ontvangt tevens het blad `Stem af op het Nieuws', met suggesties voor het bespreken van nieuws in de klas. De lesbrieven zijn ook gratis te downloaden van de websites www.cmo.nl en www.kennisnet.nl/docent/abhn.

IPC Barneveld 40 jaar

1 mei 2001 was een bijzondere dag voor de vestiging Barneveld van IPC. Op die dag, precies veertig jaar geleden, begon de praktijkschool zijn bestaan met 150 Barnevelder kippen. Nu, veertig jaar later, is het uitgegroeid tot een innovatie- en praktijkcentrum voor dierverzorging, pluimvee, varkens en milieu en zijn er drie locaties: de Wesselseweg, de Valkseweg en kasteel De Schaffelaar. In totaal beslaat het terrein van het ipc tientallen hectares en al dertig jaar ontvangt het ipc cursisten uit het buitenland. Ook worden vanuit het ipc, met ondersteuning van ipc-medewerkers, trainingscentra in het buitenland opgezet.

Het geplande jubileumprogramma voor het veertigjarig bestaan van het ipc Barneveld kon door de MKZ-crisis geen doorgang vinden. Wanneer de officiële jubileumbijeenkomst nu plaats zal vinden, is nog niet bekend. Wel is voor begin oktober een open dag gepland, waar geïnteresseerden de faciliteiten van de locaties in Barneveld kunnen bezichtigen en een indruk kunnen krijgen van de activiteiten. Op kasteel De Schaffelaar, dat onderdak biedt aan de buitenlandse cursisten van het ipc, zullen dezen een stukje van hun cultuur presenteren.

 

Aoc-leerlingen op cursus bij IPC Barneveld

Foto: IPC

Heertje op Larenstein

De bekende Amsterdamse hoogleraar economie professor Arnold Heertje geeft gastcolleges op Hogeschool Larenstein. Op 20 april onderwees hij gedurende een hele ochtend Larensteinse docenten en master- en vierdejaars studenten over de waardering van niet-reproduceerbare zaken.

In zijn gastcollege besteedde heertje aandacht aan de mogelijkheden om water-, lucht- en cultuurelementen te waarderen in economische termen. Heertje vindt die waardering belangrijk omdat hij het behoud van milieu-aspecten in de Nederlandse ruimtelijke ordening wezenlijk vindt. In zijn boek `Economie in een notendop' besteedt hij hier ook aandacht aan.

Heertjes gastcollege werd afgesloten met een open discussie waaraan alle aanwezigen konden deelnemen.

 

Professor Arnold Heertje gaf een gastcollege op Hogeschool Larenstein

Foto: Larenstein

Academie voor de paardensport

Samenwerking tussen de NHB Deurne en de Stoas APH Den Bosch heeft geresulteerd in een speciaal mbo/hbo traject dat leerlingen opleidt tot trainer/docent in de paardensport. Een eerste groep van 30 leerlingen is met ingang van het afgelopen schooljaar in het nieuwe paardensport-traject van start gegaan.

In de opleiding trainer/docent in de paardensport wordt veel aandacht besteed aan training en instructie, onderwijskunde en pedagogiek, biomechanica en anatomie, trainingsleer en fysiologie en aan ondernemerschap. Omdat de paardensport een internationaal karakter heeft, is vanaf het derde jaar Engels de voertaal in een deel van de lessen. Studenten studeren af als ingenieur en tweedegraads bevoegd docent en kunnen kiezen uit drie afstudeervarianten: docent/trainer sport, docent onderwijs en hoger kader paardensport. Het is mogelijk het mbo/hbo-traject in vijf jaar met een diploma af te ronden. Tussentijdse uitstroom, na drie of vier jaar, met een mbo-instructeurs diploma is eveneens mogelijk.

Een begeleidingscommissie vanuit de sport en de fokkerij, bestaand uit Martien van den Heuvel (Indoor Brabant), Joep Bartels (Academy/Stal Bartels), Bert Romp (bondscoach springen), Jörgen Koschel (bondscoach dressuur) en George de Jong (NHS) voorziet de NHB van aanwijzingen over wat de hoger opgeleide paardensport-instructeurs nodig hebben om het niveau van de sport op peil te houden of te verhogen.

Locatie Deventer ter discussie

Er loopt een extern onderzoek naar het al dan niet blijven voortbestaan van de Larenstein-vestiging in Deventer. Aanleiding hiervoor is het geleidelijk teruglopende studentenaantal voor Deventer, waardoor krimp in de gebouwensituatie aan de orde is. "Dat is de reden geweest om nu eens veelomvattender naar de huisvesting van Larenstein te kijken," licht waarnemend collegevoorzitter Jan Driesse toe, "en de kosten die daarvoor gemaakt moeten worden.

Het onderzoek kan volgens Driesse van alles gaan opleveren: gedeeltelijke verhuur, een heel ander gebruik, of het afstoten van één van de beide gebouwen in Deventer. Het rapport wordt in de loop van mei verwacht. "Het is niet zo dat daar al direct in september actie uit voortvloeit," zegt Driesse. "Maar we willen de gebouwensituatie in ieder geval meenemen in de structurele verlaging van de overhead-kosten op langere termijn."

Examinering mbo-groen

In de pilot examinering mbo-groen zouden werkgroepjes voor tien deelkwalificaties uit KS 2000+ ijkpunten maken, op basis waarvan geïntegreerde eindtoetsen kunnen worden geproduceerd. De werkgroepjes hebben echter niet voor tien, maar voor tweeëntwintig deelkwalificaties ijkpunten ontwikkeld. Deze zijn op 15 mei voorgelegd aan het platform KS 2000+.

Het platform vindt de ontwikkelde ijkpunten nog onvoldoende concreet en gaat nu aan het werk om ze verder te concretiseren. Op de volgende platform-bijeenkomst, 12 juni, komen de aangescherpte ijkpunten opnieuw in bespreking. Dat betekent dat het ontwikkelen van toetsen op basis van de ijkpunten nog even moet wachten tot de nader geconcretiseerde ijkpunten de toets der kritiek wel kunnen doorstaan.

Daling aanmelding voor hbo

Het gemiddelde aantal aanmeldingen voor het hbo is dit jaar - per teldatum april 2001 - tien procent lager dan vorig jaar april, meldt Larenstein Nieuws, dat zich hiervoor baseert op cijfers van de IB-groep. Bij Larenstein is de daling in het aantal aanmeldingen iets lager dan het landelijk gemiddelde, namelijk negen procent. De Has'en in Delft en Den Bosch hebben daarentegen te maken met een dalingspercentage van respectievelijk veertien en zeventien procent en de CAH Dronten is met twintig procent de grootste daler van de agrarische hbo-opleidingen. Het Van Hall Instituut in Leeuwarden doet het goed; daar hebben zich evenveel studenten aangemeld als het vorig jaar.

Wellantcollege KUNSTdag

De Rotterdamse vestiging van het Wellantcollege had 17 mei 2001 uitgeroepen tot KUNSTdag. Aanleiding hiertoe vormt het project `Mijn Rotterdam in 2001', waarin achttien kunstenaars samenwerken met de leerlingen van negen Rotterdamse scholen voor voortgezet en beroepsonderwijs. Dit in het kader van Rotterdam culturele hoofdstad van Europa.

Voor leerlingen en docenten van het Wellantcollege resulteerde die samenwerking in het project `hangplek-meubel'. Onder de bezielende leiding van kunstenares Liz Chute werkten de leerlingen ontwerpen uit voor zitplaatsen op een hangplek.

In het Centrum Beeldende Kunst werden de resultaten van de gezamenlijke kunstenaarsprojecten van 8 tot 27 mei tentoongesteld en op de Wellantcollege KUNSTdag bezochten docenten en leerlingen de tentoonstelling, waaraan ze zelf met hun hangplek-meubilair ook een bijdrage hadden geleverd.

Hoogtepunt op de KUNSTdag was de prijsuitreiking voor de twee best uitgevoerde hangplek-zitmeubels. Madelon de Beus, beleidsmedewerker DWK, en Ton Stok, plaatsvervangend directeur van de vestiging Rotterdam, reikten de prijzen uit. Hoofdprijs: een reisje naar Portugal.

De makers van de twee beste hangplek-meubels ontvingen op de Wellantcollege KUNSTdag een prijs uit handen van Madelon de Beus en Ton Stok.

Dag van de leraar

Eindelijk is er nu ook een `Dag van de Leraar' in aantocht! In het voetspoor van de World Teachers' Day van UNESCO worden op 5 oktober 2001 ook de Nederlandse leraren in het zonnetje gezet. Gebak en een woordje van waardering dus, maar daarnaast ook een landelijke conferentie met inspirerende praktijkvoorbeelden uit basis-, voortgezet en beroepsonderwijs. Een dag voor leraren door leraren.

De organisatoren, het Samenwerkingsorgaan Beroepskwaliteit Leraren in Utrecht, nodigt

docenten uit voor het geven van presentaties van voorbeelden van `good practice' in scholen. Er zijn vier thema's: algemeen professioneel en pedagogisch-didactisch handelen, handelen in het onderwijsleerproces, handelen in collegiale samenwerking en handelen voor de eigen ontwikkeling.

Workshopleiders ontvangen een reiskostenvergoeding en een attentie. Het schoolteam waaruit zij afkomstig zijn ontvangt eveneens een attentie, plus een `Dag van de leraar'-vlag. De praktijkpresentaties worden in een congresbundel uitgereikt aan de deelnemers en met beeldmateriaal op de site www.dagvandeleraar.nl geplaatst.

Meer informatie kunt u vragen aan Anouk Denis, FBU-congresbureau, Postbus 80125, 3508 TC Utrecht, tel. 030 2532728, fax 030 2535851 of e-mail A.Denis@fbu.uu.nl.