Nieuwsberichten landbouwonderwijs februari 2000

Kwart van promoties internationaal

Aan de universiteit van Wageningen promoveerde op 22 december 1999,
als laatste Wageningse promovendus van de eeuw, de Chinees Xiaosong
Jiang op een proefschrift over de fokkerij van vleeskippen in
China. Jiang bracht daarmee het aantal buitenlandse promoties aan
Wageningen Universiteit in 1999 op 46 op een totaal van 182.

In 1990 waren er slechts vier buitenlandse promoties op een totaal van
67. Dus reken maar uit: in tien jaar tijd is het buitenlandse
aandeel in de Wageningse promoties gestegen van zes naar
vijfentwintig procent.

Boeruhh..

Blijkens de column van Klaas Jansma in het Friesch Dagblad van 7
januari bestaat in Friesland veel waardering voor de
(pr)kwaliteiten van onze minister van LNV. Jansma drukt die
waardering alsvolgt uit:

'Laurens Jan Brinkhorst kan zijn woordenboekje opbergen. Hij is
geslaagd voor het boerenexamen. Vier foutjes maar. Wat hij 'poep'
noemde, heet mest. 'Overleden dieren' is geslacht vee. 'Laten
inslapen' heet op het boerenerf opruimen. En 'gevarieerde
weideflora' is eigenlijk onkruid. Het is niet zo moeilijk.
Lastiger is de communicatie, als je achter Leiden bent opgegroeid.
Om daar wat aan te doen, stuurde hij ze 30 december allemaal een
brief. Nee, niet over mestquota deze keer, dierwelzijn, of andere
somberheden. Het ging over 'het millennium'.
Als een zorgzame huisvader vroeg Brinkhorst of ze wel om het
inslaan van krachtvoer hadden gedacht; de aanvoer kon immers
stokken. Een paar extra emmers klaargezet om te handmelken als de
machines uitvielen? Penicilline in huis voor zieke koeien als de
veearts het niet meer deed? En of ze al een nieuwe agenda hadden
aangeschaft voor 2000, vroeg hij in die brief ook. Want, geen boer
zou het bedenken, de oude, voor 1999, klopt nu niet meer.
Op 31 december zo'n brief te krijgen van je eigen landbouwminister,
dat is een hart onder de riem en een opsteker voor de toekomst. Die
man heeft oprechte belangstelling. Zijn ambtenaren lopen over van
deskundige zorg. Ze weten precies wat er op het boerenerf leeft, en
ze geven nuttige adviezen.
Vrijdag 31 december nog even brokjes bestellen, emmers inslaan,
flink wat penicilline op voorraad nemen en de ene agenda vervangen
door de andere. Daar komt een boer uit zichzelf absoluut niet op.
'Toch mooi van de minister, hè Mien', zei Boer Krelis met tranen
van ontroering in zijn ogen. 'Die man is zo kwaa nog nie', zei
Mien. En dat was precies wat de pr-adviseur had bedoeld.

Trainingscentrum in Vietnam geopend

In Ho Chi Minh City in Vietnam is een nieuw trainingscentrum voor
de pluimvee- en varkenshouderij geopend waarbij ook IPC Dier in
Barneveld is betrokken. Secretaris-generaal mr. T. Joustra van het
ministerie van LNV en prof. W. de Wit, directeur Industrie en
Handel, verrichtten samen met de vertegenwoordigers van de
Vietnamese regering de openingshandelingen.

De uitvoering van het project is in handen van het IAS, Institute
of Agricultural Science of South Vietnam, en IPC Dier Barneveld.
Nog geen twee jaar na de ondertekening van de overeenkomst tussen
beide landen staan er al een hoofdgebouw, een logeergebouw,
pluimveestallen en varkensstallen. Inmiddels zijn er 24 korte
cursussen georganiseerd met bijna 600 deelnemers. In Barneveld zijn
al 10 docenten opgeleid. De Barneveldse docenten Wim Tondeur en
Gerd de Lange zullen nog drie jaar in Vietnam blijven om het
centrum verder te helpen opbouwen.

Tijdens het bezoek van de Nederlandse overheidsdelegatie spraken
secretaris-generaal mr. Joustra en de Vietnamese vertegenwoordiger
mr. le Ba Lich hun waardering uit over wat in zo een korte periode
aan faciliteiten en training was bereikt.

Trends op de arbeidsmarkt HAO 1999

Bij Stoas verscheen het rapport 'Trends op de arbeidsmarkt HAO
1999'. In dat rapport wordt de arbeidsmarktpositie van de
afgestudeerden in het hao in de jaren 1991 tot en met 1998 in beeld
gebracht. Opgenomen zijn de landelijke gegevens over onder andere
maatschappelijke positie, werkloosheid, vervolgopleidingen,
functies en inkomens van afgestudeerden van het gehele hao. Deze
gegevens zijn overzichtelijk weergegeven in grafieken en tabellen
met toelichting.

Het rapport is verkrijgbaar bij Stoas Onderzoek, tel. 0317 424770
of email:
order@stoas.nl

20 VIA-projectvoorstellen goedgekeurd

Dit jaar zijn in het kader van de VIA-subsidieregeling 20 van de 50
ingediende vernieuwingsprojecten in het agrarisch onderwijs
goedgekeurd. Dat is 40%. Een laag percentage, maar, zo benadrukt
DWK-medewerker Versluis, het gaat bij de toekenning van de subsidie
om twee dingen: de kwaliteit van de ingediende projecten en het
beschikbare budget. Met 20 toekenningen  was de grens van het
budget bereikt en slechts vier of vijf projecten die bijna of
helemaal aan de gestelde criteria voldeden, zijn om budgettaire
redenen uit de boot gevallen.

De enige conclusie die dan getrokken kan worden, is dat de helft
van de ingediende projecten onvoldoende kwaliteit had en daarom
niet voor toekenning in aanmerking kwam. Dat is een trieste
constatering na alle moeite die de toewijzingscommissie heeft
gedaan om de criteria voor toekenning duidelijk te maken aan het
onderwijsveld. Globaal komen die criteria hierop neer: innovatie,
initieel onderwijs en een goede verhouding van de plannen tot de
kosten van het project.

In het kader hieronder ziet u een overzicht van de toegekende
projecten. Binnenkort zullen ze op de site Landbouwonderwijs.nl en
op Livelink met een wat uitgebreidere toelichting op de inhoud
geplaatst worden.

 

projectnr

Penvoerder

Titel project

looptijd (laatste jaar)

00.201

AOC Clusius College

Water optimaal

 

00.205

Groenhorst College

Integraal waterbeheer vanuit agrarisch perspectief

2001

00.206

Groenhorst College

Bedrijfssystemenonderwijs

 

00.209

IPC Dier

Laat zien wat er gebeurt met het welzijn van het varken als opstap naar ontwikkeling van morele oordeelsvorming

2001

00.213

St. de 4 AOC's

Pilot: Innovatieve Spin-off van de BPV

 

00.214

AOC-Raad

Landelijke ontwikkeling innovatie-bevorderende leermiddelen

 

00.216

Van Hall Instituut

Voedselveiligheid (HACCP) en het praktijkonderwijs van de opleidingen Levensmiddelentechnologie

 

00.223

AOC Oost

Afstandsgestuurde Opleiding Pluimveehouderij

2002

00.224

AOC Oost

Dynamisch ondernemen met dorp en stad

2002

00.225

AOC Holland-Zeeland

Projectonderwijs in maatschappelijke context

2000

00.231

AOC Midden-Nederland

Rekenmodel clustering dierlijke en plantaardige productie

 

00.301

AOC Friesland

Leren, Door-Denken en Doen

 

00.302

Helicon Opleidingen

3M2, 3-voudig maatwerk in 2 pilot-branches

 

00.303

AOC de Groene Welle

Invoering Interactief Leergroepen Systeem (ILS)

2002

00.304

St. de 4 AOC's

Pilot: Sociaal-emotionele ontwikkeling als préfase op zelfstandig leren leren.

 

00.307

IPC Plant

Individueel leren oogstmachines

2001

00.310

AOC Midden-Nederland

Reciprocal Teaching

 

00.311

AOC Midden-Nederland, locatie Hoogland

De meerwaarde van de (echte) integratie

2003

00.312

AOC Oost

Strategisch handelen in een ondernemende onderwijsinstelling

 

00.313

AOC Terra

Eerste verdieping van het verwezenlijken van een zelfstandige leeling MBO Groningen, vervolg op pr.nr. 99.232

2001

 

Haalbaarheidsonderzoek nieuwe Unilocatie Helmond

In een gezamenlijk persbericht laten Helicon Opleidingen,
Bestuurscommissie Openbaar Voortgezet Onderwijs, Fontys Hogescholen
en de gemeente Helmond weten dat er grootse plannen bestaan voor
uitbreiding van het groene onderwijsaanbod. Deze uitbreiding
betreft om te beginnen de vmbo-opleidingen van Helicon. Tot nu toe
kon alleen de vestiging in Kesteren de gemengde leerweg aanbieden.
De vestiging 's-Hertogenbosch is nog in fusie-overleg met een
categorale mavo. Resten de vestigingen in Nijmegen en Eindhoven.
Voor Eindhoven wordt nu de mogelijkheid van fusering met de mavo
van de Helmondse scholengemeenschap Jan van Brabant onderzocht,
gekoppeld aan de vestiging van een dependance in Helmond. Maar dat
is nog niet alles.
Omdat de mbo-vestiging in Helmond de opleiding recreatiemedewerker
in huis heeft en zeer actief is op het gebied van plattelands- en
stadsontwikkeling, overweegt Fontys om groene studierichtingen
leasure management en recreatie en woonomgeving/stadsontwikkeling
toe te voegen aan de marketing opleidingen van de hogeschool. Als
het haalbaarheidsonderzoek positief uitvalt - en daar lijkt het op
- ontstaat hierdoor een 'longitudinaal onderwijsaanbod': een
doorlopende leerweg van vmbo via mbo tot en met hbo. In het
onderzoek wordt nagegaan of de drie opleidingen op ,,n terrein -
misschien zelfs in één gebouw - kunnen worden samengebracht en ook
hoe een dergelijke samenvoeging bestuurlijk en organisatorisch te
managen valt.
Helicon manager Theo Koolen is optimistisch en verwacht dat de
plannen over twee, drie maanden zo concreet zullen zijn, dat
besluitvorming mogelijk is. "Helmond en Eindhoven liggen op zo'n
vijftien kilometer afstand van elkaar en groeien hard in de
richting van een half miljoen inwoners. Daar komt nog bij dat de
gemeente Helmond overweegt om naast de nieuwe opleidingslocatie een
business park te vestigen met dienstverlenende activiteiten,
aansluitend bij het onderwijsaanbod."
Intussen zijn de voorbereidingen voor de gemengde leerweg voor
Eindhoven en Helmond in volle gang. De komende maanden zult u er
meer van horen. We houden u op de hoogte.

Stageverslag wedstrijd Leonardo da Vinci

Het afgelopen jaar heeft de stichting Leonardo da Vinci voor het
eerst - en misschien ook wel voor het laatst - een wedstrijd
uitgeschreven voor de beste stageverslagen van mbo-leerlingen die
in het kader van het Leonardo-subsidieprogramma een stage in het
buitenland hebben doorgebracht. In deze wedstrijd werden twee
prijzen uitgereikt. De eerste prijs ging naar een studente in de
horeca-sector, de tweede naar een (inmiddels ex-)leerling van
Helicon vestiging MAS Helmond, Josine van Zeeland. Josine werkte in
de zomer van 1998 op twee Deense boerderijen, die beiden door
Nederlanders worden beheerd.

Het liefst zou Josine in Nederland een eigen bedrijf beginnen. Maar
ze is van oordeel - evenals de drie studentes van AOC Midden-
Nederland - dat dat niet meer mogelijk is. Haar stage heeft ze
daarom ook benut om de vestigingsmogelijkheden in Denemarken te
onderzoeken. Die bleken aanmerkelijk gunstiger dan hier, maar
desondanks besloot Josine om voorlopig maar hier te blijven.

Het Leonardo-programma is ondergebracht bij CINOP, 's-
Hertogenbosch. Op dit moment is nog niet bekend of de stageverslag
wedstrijd wordt gecontinueerd, omdat Leonardo in de overgang
verkeert van fase 1 naar fase 2.
Voor de stichting Uitwisseling in Bergen, die tot nu toe jaarlijks
een stageverslagwedstrijd uitschreef voor leerlingen uit het
agrarisch onderwijs, is dat dit jaar voor de laatste maal.

 

Josine van Zeeland (Helicon Opleidingen Helmond) won de tweede
prijs van de internationale stageverslag-wedstrijd van de stichting
Leonardo da Vinci

Foto: Pieter Boetzkes

Symposium competenties in het agrarisch onderwijs

Het bedrijfsleven, waaronder natuurlijk ook het agrarisch
bedrijfsleven, hecht steeds meer waarde aan leerlingen die
competent zijn dan aan leerlingen die alleen kennis hebben
verzameld tijdens hun opleiding, hoe specifiek ook. Daarom is het
hoger agrarisch onderwijs bezig een competentiegericht curriculum
te ontwikkelen, moeten de nieuwe opleidingsprogramma's van
Wageningen Universiteit ook gericht zijn op het verwerven van
beroepsgerichte competenties en wordt er in de KS 2000+, de nieuwe
kwalificatiestructuur voor het agrarisch mbo, eveneens
uitdrukkelijk aandacht aan besteed.

In het bedrijfsleven vormen verkregen competenties - een geheel aan
vaardigheden, houding en leerbaarheid - zijn de basis voor een leven lang leren
en employability.
Reden voor prof.dr. Martin Mulder en ir. Guus de Vries van de
leerstoelgroep Agrarische Onderwijskunde aan de Wageningse
Universiteit om op 29 maart van 13.00 tot 17.30 uur, in
conferentieoord 'De Wageningse Berg', een symposium te organiseren
over competentiegericht leren.

Diverse competente kopstukken uit onderwijs en onderwijskunde laten er
een middag lang hun licht over schijnen en daarna zijn er workshops met
casus-besprekingen. Het symposium wordt afgesloten met een receptie en een high tea.

De deelnamekosten bedragen _125,- (inclusief thee/koffie,
documentatie en high tea) per persoon en moeten worden overgemaakt
op bankrekening 539509426 t.n.v. Symposium AO, Bureau
Maatschappijwetenschappen, Hollandseweg 1, 6716 KN Wageningen,
onder vermelding van projectnummer 059922.
U kunt ook bellen naar het congresbureau: mevrouw Will Bodde, tel.
0317 484008, om een deelnemersformulier te vragen. Hou er rekening
mee dat het aantal deelnemers aan een maximum gebonden is en dat
inschrijving plaatsvindt op volgorde van aanmelding. Geregistreerde
deelnemers ontvangen enkele dagen voor het symposium een
bevestiging en een routebeschrijving naar het conferentieoord.

Konijnen, goudvissen en hamsters sterven te vroeg

Vier studenten van de opleiding diermanagement aan het Van Hall
Instituut in Leeuwarden hebben een onderzoek uitgevoerd onder 800
houders van konijnen, goudvissen, hamsters en andere huisdieren. Ze
deden dit in opdracht van het Interfacultair Centrum voor het
Welzijn van Dieren van de Universiteit Utrecht en presenteerden op
26 januari in Leeuwarden hun onderzoeksbevindingen.

Het viertal ontdekte dat na honden, katten en landbouwhuisdieren -
die in het onderzoek niet zijn meegenomen - konijnen en goudvissen
het populairst zijn bij de Nederlandse huisdierhouders. De
studenten ontdekten echter ook dat deze dieren lang niet zo oud
worden als ze kunnen worden. Konijnen kunnen tussen de 8 en de 12
jaar oud worden, maar halen die leeftijd bijna nooit. Goudvissen
kunnen maximaal 40 jaar halen, maar sterven in de praktijk vaak al
op een- of tweejarige leeftijd. Goudvissen die buiten wonen worden
gemiddeld wat ouder. In het onderzoek van de studenten komen
hamsters er iets beter af. Ze kunnen 2 tot 3 jaar worden en het
merendeel van hen (78%) bereikt die leeftijd ook werkelijk.

De studenten hebben in hun onderzoek gekeken naar de doodsoorzaak
en naar de kennis van de consument over de specifieke behoefte van
de dieren ten aanzien van voeding, verzorging en huisvesting. Ze
concludeerden dat er een duidelijke samenhang bestaat tussen een
gebrek aan ervaring met de verzorging en een te vroege dood van de
huisdieren.

 

De 4 studenten van het Van Hall Instituut tijdens de presentatie
van hun huisdierenonderzoek. V.l.n.r. Mark Grondel, Astrid Kramer,
Joost Lammens en Marlies Caneel

Foto: Van Hall Instituut

Stageverslag op cd-ROM

'De familie Van Leunen woont in deze boerderij.' Zo begint de
interactieve fotopresentatie van het veehouderijbedrijf waar
Marcel Friesen, vierdejaars leerling van de MAS in Helmond,
tijdens zijn opleiding stage liep.

Marcel had het er zo naar zijn zin dat hij er bleef werken, en voor zijn
afstudeerwerkstuk CTA Managen Rundveehouderij deed hij er
onderzoek naar alle aspecten van het veehouderijbedrijf. Van
dit onderzoek schreef hij in Word een indrukwekkend verslag
van bijna 200 pagina's ('Dat is inclusief de bijlages, hoor!')
over gezondheidszorg, voeding, melkwinning, fokkerij,
graslandvernieuwing, bemesting, Minas, de bedrijfsmechanisatie
en de economische aspecten. Twee van die aspecten moesten
volgens de opdracht dieper dan de andere worden uitgespit.
Marcel koos hiervoor de onderdelen voeding en eigen
mechanisatie, omdat veehouder Van Leunen daar ook echt iets
aan zou hebben. Op grond van analyses en berekeningen stelde
hij vast dat het voor Van Leunen handig zou zijn om aardappels
bij te voeren. Maar, zo nuanceert Marcel: 'Dat was in
november. Sindsdien is er weer een andere voordroogkuil en
daarom zou ik die berekening nu moeten bijstellen.' Bovendien
toonde hij aan de hand van een berekening aan dat het nogal
uitgebreide machinepark van veehouder Van Leunen financieel
best uit kon. 'Dat vonden ze wel leuk, want dat hadden ze toch
niet gedacht.'

Naast het onderzoeksverslag stelde hij in Power Point een
uitgebreide fotoreportage samen van het bedrijf. Vervolgens
vervaardigde hij van presentatie en verslag een interactieve
CD-ROM. Dat deed hij, zegt hij, omdat hij er aardigheid in had
om er echt iets van te maken en ook een beetje voor zijn
'computerminded' leraar op de MAS in Helmond. Een nadeel was
dat hij, om voldoende geheugenruimte te creëren voor alle
foto's, samen met een vriend eerst twee computers moest
ombouwen tot één en dat hij er 'een bult' werk aan heeft
gehad.
Al met al is Marcel echter dik tevreden met zijn prestatie.
Vast en zeker is veehouderijleraar Nico Verbeek van de MAS in
Helmond dat ook.

Marcel Friesen, leerling MAS Helmond, maakte er een
interactieve afstudeeropdracht over het bedrijf van de familie
Van Leunen

Foto: Pieter Boetzkes

 

Holding Van Hall en Larenstein

Per 1 januari 2000 is de stucturele samenwerking tussen het
Van Hall Instituut en de Internationale Agrarische Hogeschool
Larenstein officieel gestart. Deze samenwerking, in de vorm
van een holding, wordt de komende drie jaar financieel
ondersteund vanuit het ministerie van LNV met een subsidie van
twee miljoen gulden per jaar.

Kersverse directeur van de holding is drs. Jos van Kroonenburg, en
hij legt uit wat een holding - immers een term uit het bedrijfsleven -
in dit verband inhoudt: "Dat is een overkoepelende samenwerkingsvorm
waarin de instellingen zich hebben gebonden om intensief en
niet-vrijblijvend samen beleid te ontwikkelen en dat ook uit
te voeren. Alle belangrijke beslissingen die bepalend zijn
voor de koers van de instellingen worden gezamenlijk genomen.
De holding tussen Van Hall en Larenstein heeft een
stichtingsvorm. Het bestuur is samengesteld uit de Colleges
van Bestuur van beide instellingen en er is een Raad van
Toezicht van twee personen; ,,n uit elke bestuursraad.
Daarnaast is er een gemeenschappelijke bestuursraad en een
gezamenlijke medezeggenschapsraad."

De taak van Van Kroonenburg bestaat uit het voorbereiden en
uitvoeren van het opgestelde beleid en het monitoren en
begeleiden van projecten. De huidige beleidsvoornemens liggen
op de gebieden van ict-ontwikkeling, internationalisering,
onderwijsontwikkeling en een verdere samenwerking met
Wageningen Universiteit. Het  directeurschap van Van
Kroonenburg brengt ook met zich mee dat hij secretaris is van
bestuur en bestuursraad. Zijn standplaats is Velp, hoewel dat
niet betekent dat hij niet regelmatig ook in Leeuwarden te
vinden zal zijn.

Enkele maanden geleden werd Jos van Kroonenburg benoemd als
projectleider van de propedeuse in Leeuwarden, maar voor deze
aanstelling wordt nu een opvolger gezocht.
Over twee jaar - eind 2001 - wordt bekeken of deze
samenwerkingsvorm tussen Van Hall en Larenstein ook op langere
termijn zal worden gecontinueerd.

Van Hall ontwikkelt milieuonderwijs in Azerbeidzjan

Het Van Hall Instituut heeft 440.000 gulden aan Europese
subsidies ontvangen om een Msc-opleiding milieukunde in
Azerbeidzjan op te zetten. De opleiding zal met name gericht
zijn op watertechnologie.

In het eerste projectjaar gaan docenten van Van Hall samen met
docenten van de Duitse Fachhochschule uit Wilhelmshafen - een
school waarmee het Van Hall al jarenlang samenwerkt - in
Leeuwarden de docenten uit Azerbeidzjan scholen die daarna
zelf Milieukunde gaan doceren in Baku. Het tweede projectjaar
wordt gebruikt om de Master of Science opleiding in
Azerbeidzjan voor studenten uit te voeren. Aanvankelijk richt
de opleiding zich met name op het bereiden van drinkwater en
het zuiveren van afvalwater. Later volgt wellicht een bredere
milieu-opleiding op verschillende niveaus. Achterliggende
gedachte is om voldoende studenten op te leiden die daarna een
bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van de
milieuproblemen in Azerbeidzjan.

In 1996 kwam een delegatie van de twee universiteiten in Baku
voor het eerst naar Friesland om contact te leggen met het Van
Hall. Een Friese delegatie bracht in 1998 een tegenbezoek en
daarna werd besloten een projectaanvraag in te dienen in
Brussel.

'Het Friese Water Overleg', een informele werkgroep met
deelnemers van NUON, de TU-Twente en de Provincie Friesland,
heeft een stimulerende rol gespeeld bij de totstandkoming van
het project. De overleggroep bereidt ook milieuprojecten in
China en Egypte voor.

 

Veel belangstelling voor Agrinova

In Hoorn, vestiging van het Clusius College, werd op 14
januari voor de tweede keer een kennis- en innovatiemarkt
georganiseerd voor de agrarische sector in Noord-Holland,
Agrinova 2000. Op deze middag konden geïnteresseerde
agrarische ondernemers zich op de hoogte laten brengen van
innovaties in de sector. Dat gebeurde door Dr. J.A. van
Kemenade, gedeputeerde economie/landbouw en Commissaris van de
Koningin in Noord-Holland, door gedeputeerde voor land- en
tuinbouw en voorzitter van het Agrarisch Kenniscentrum
NoordHolland Noord Drs. J.H.J. Verburg en door
communicatiedeskundige Maurice de Hond. Na de inleidingen
konden de deelnemers in workshops ervaringen met concrete
innovaties uit de sector aanhoren  en een markt bezoeken
waarop bedrijven en instellingen zich presenteerden.
De kennis- en innovatiemarkt wordt jaarlijks georganiseerd op
initiatief van het Agrarisch Kenniscentrum in Noord-Holland en
trekt heel veel belangstellenden.

V.l.n.r. M. de Hond, H. Breebaart en C. van Dijk (gastheren
van het Clusius College), R. van Mechelen (directeur AKC-NHN),
B. Verburg en J. van Kemenade

Foto: Clusius College

 

Ontwikkelcentrum levert aan hbo

Onlangs is ook de Internationale Agrarische Hogeschool
Larenstein klant geworden van het Ontwikkelcentrum. Niet omdat
het Ontwikkelcentrum nu ook lesmateriaal ontwikkelt voor het
hbo, maar omdat Larenstein mbo-materiaal nodig heeft voor de
havo-instromers. Havisten weten immers nog niets over varkens,
koeien, grasland, mais en melk, in tegenstelling tot hun
collega-studenten die daar op het mbo alles over hebben
geleerd.

Uit het lesmateriaal veehouderij dat het Ontwikkelcentrum
samenstelde voor het agrarisch mbo, heeft Larenstein nu de
meest relevante hoofdstukken geselecteerd. Op die manier kan
de onwetendheid van de niet-agrarische instromers snel worden
bijgespijkerd.

Plantaardige modeshow in De Lier

Elf jeugdige ontwerpsters - de bloemschiksters uit klas 3Z2 - lieten hun creativiteit de vrije loop bij de eindopdracht ter afsluiting van hun driejarige opleiding bloemschikken en -binden op het Holland College, vestiging De Lier. Ze wilden er eens iets anders van maken dan de traditionele, statische, uitstalling van bloemstukken en besloten een `plantaardige modeshow' te organiseren. Leraren, familieleden en medeleerlingen werden ingeschakeld om te assisteren als model, als lady speaker of als decorbouwer en de elf bloemschiksters ontwierpen, met als thema `de wereld', oogstrelende hoofdtooien, showboeketten en lichaamsversieringen waarmee ze de show konden stelen.

Zo kon het gebeuren dat in de school in De Lier model Arie over de catwalk schreed met een Schotse hoed, afgezet met cornustakken en gedroogde roosjes. Uit Kenia showde model Wendy een versiering van wilgetakken, fresia's en gerbera's. De bloemige creatie van leerling Elles de Waard bestond uit een hoed met een waterval van asparagus, witte tulpen en distels, die waardig over de catwalk werd gedragen door model Hélène. En leerling Anita Knipscheer oogstte de bewondering van het publiek met haar creatie van hyacintknopjes, orchideeën en een kokosnoot-bikini, geshowed door model Sonja uit Brunei.

De dynamische finale presentatie van klas 3Z2 viel niet alleen in de smaak bij het publiek in de aula van de school in De Lier. Ook de docenten waren tevreden. Voorafgaand aan de modeshow meldde docente Elgersma dat al haar leerlingen waren geslaagd.

 

Model Sonja showde de Brunei-creatie van leerlinge Anita Knipscheer

Foto: L. Struik

KS 2000+ officieel goedgekeurd

Met zijn handtekening heeft minister Brinkhorst van LNV de nieuwe kwalificatiestructuur voor het voortgezet agrarisch onderwijs, KS 2000+, officieel bekrachtigd en goedgekeurd. De ministeriële goedkeuring kwam begin februari, na een lang traject van ontwikkelwerk, overleg, aanpassing en opnieuw overleg. In juni 1999 kreeg KS 2000+ al de goedkeuring van de Lobas-commissies waarin zowel onderwijs als bedrijfsleven vertegenwoordigd zijn. Maar LNV had meer tijd nodig om de aldaar heersende twijfels te overwinnen en het nieuwe eindtermendocument goed te keuren.

Na de ministeriële goedkeuring kan KS 2000+ nu officieel openbaar worden gemaakt. Half april komt het document beschikbaar op cd-rom en op de internetsite van Lobas (www.lobas.nl). Vanaf augustus 2001 geldt KS 2000+ officieel als leidraad voor het voortgezet onderwijs in de agrarische sectoren

 

Onthutsende conclusie onderzoek kwalificatiestructuur

"Behalve dat het in het onderwijs tijdelijk nogal chaotisch toeging, is er in het mao achteraf gezien niet zo heel veel veranderd, zo moet de onthutsende conclusie van dit onderzoek luiden. Veel van de veranderingen zijn in ieder geval eerder een cosmetische ingreep dan een werkelijke vernieuwing. De talloze nieuwe begrippen die in de nota's werden geïntroduceerd, kunnen dit feit nog enigszins verbloemen, maar een columnist prikte daar als volgt doorheen: `Noem de lesuren voortaan gewoon contacturen, de hoofdstukken modulen, de klassenleraar mentor, de examens toetsing en afsluiting, het huiswerk zelfwerkzaamheid, de puntenlijstjes studentenvolgsysteem, de besluiten beleid, de kerstviering couleur locale en het afwaswater koffie, en ziedaar het nieuwe onderwijs.' ... Er is in dit grootschalig innovatieproject tegen alle implementatieregels die in voorgaand onderzoek hun geldigheid hebben bewezen gezondigd."

We wisten het allemaal allang, maar nu is het ook nog eens proefondervindelijk aangetoond in een rapport van 360 bladzijden: `Didactische vernieuwing in het agrarisch onderwijs als gevolg van de invoering van de kwalificatiestructuur' door drs. Henk Pierik van de Leerstoelgroep Agrarische Onderwijskunde. Maar Pierik doet meer dan alleen vaststellen dat de didactische vernieuwing, die had moeten volgen op de invoering van de kwalificatiestructuur, in veel gevallen niet van de grond is gekomen. Want, schrijft hij in het voorwoord van het onderzoeksverslag, "Hoe het agrarisch onderwijs nu verder moet, halverwege de vernieuwing, kan niet verantwoord worden bepaald zonder de les te leren die de recente geschiedenis ons voorhoudt."

Op grond van zijn analyse waar, waarom en hoe het fout ging met de invoering van de kwalificatiestructuur formuleert hij 18 aanbevelingen, verdeeld over diverse aspecten zoals onderwijsinhoud, onderwijsorganisatie, didactische aspecten en randvoorwaarden. Op het moment dat praktijkleren, KS 2000+ en zelfstandiger leren aan de orde van de dag zijn op alle aoc's, zijn deze aanbevelingen ten zeerste relevant.

Het rapport - dat volgens de schrijver ook de moeite van het lezen waard is vanwege "de soms buitengewoon vindingrijke oplossingen die individuele docenten en afdelingen hebben gevonden voor hun problemen - kost f 35,- en is te bestellen bij mevrouw A. Bangma, tel. 0317 484564 of fax 0317 484573.

 

Teleleren in Walhalla 2000

Tussen nu en drie jaar zullen delen van de propedeuse van de Wageningse universiteit en de hbo-opleiding tuinbouw/akkerbouw opnieuw worden ingericht omdat ict, met name teleleren, in de opleidingen een belangrijke rol moeten gaan spelen. Zo'n 20 docenten uit het hoger en universitair agrarisch onderwijs gaan de leerstof herschrijven en zoveel mogelijk geschikt maken voor teleleren. Op 16 februari kwamen ze voor de tweede maal bij elkaar, ditmaal in het Van Hall Instituut in Leeuwarden, onder leiding van Walhalla projectleider Wiebe Nijlunsing.

Voor wie dat nog niet wist: Walhalla is de naam van een gezamenlijk project van Wageningen, Van Hall en Larenstein. In het kader van de samenwerkingsovereenkomst tussen deze instellingen is besloten om ook in Leeuwarden een universitaire propedeuse in te richten. Daarnaast werken Van Hall en Larenstein samen aan een gemeenschappelijke hogere tuinbouw/akkerbouw-opleiding. In deze opleidingen gaat teleleren een belangrijke plaats innemen. Een derde van de Wageningse propedeusestof en een vijfde van de leerstof voor de opleiding tuinbouw/akkerbouw zullen door de Walhalla-docenten geschikt worden gemaakt voor afstandsonderwijs.

In januari kwamen de 20 docenten voor het eerst in Wageningen bijeen om te bespreken welke onderdelen van de leerstof ervoor in aanmerking komen om op de computer te worden geleerd. Bij de tweede bijeenkomst in Leeuwarden werd een begin gemaakt met het proces van herontwerpen zelf. De docenten werken met Lotus Learning Space.

De universitaire propedeuse wordt voor het eerst aangeboden in september 2001. De hbo-opleiding tuinbouw/akkerbouw moet al in september van dit jaar klaar zijn. De projectleiding streeft ernaar in juni voor beide opleidingen leerstof ter waarde van 8 studiepunten klaar te hebben.

 

ART op de drempel

In het boekje `Op de drempel van een nieuwe AOC raad' worden alle werkenden in het voortgezet agrarisch onderwijs en andere belangstellenden op de hoogte gesteld van de veranderingen die op dit moment in de raad plaatsvinden. In zijn nieuwe gedaante wil de raad, als brancheorganisatie van het aoc-onderwijs, zich inzetten voor bloeiend onderwijs op krachtige aoc's op het gebied van onderwijs-, kennis- en kwaliteitsbeleid. Hij wil dit doen door belangenbehartiging, ontmoeting en PR, in een projectorganisatie, gericht op communicatie en samenwerking.

Eens per drie jaar schrijft de raad een strategisch beleidsplan, uitgewerkt in een activiteitenplan. De gekozen activiteiten worden uitgevoerd in tijdelijke projecten.

Het hoogste beleidsorgaan van de raad is de Algemene Ledenvergadering. Hierin hebben de voorzitters van de colleges van bestuur van de aoc's zitting. Dan heeft de raad een bestuur op afstand, onder leiding van een onafhankelijke voorzitter. Het bureau van de AOC raad heeft nu een directeur, beleidsmedewerkers en een secretariaatsteam. De beleidsmedewerkers maken de beleids- en activiteitenplannen en zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de projecten. Voor het onderhouden van relaties in onderwijs, bedrijfsleven en politiek worden vaste personen aangewezen.

De huidige veldorganisatie wordt vervangen door netwerken van docenten, voornamelijk gericht op communicatie en uitwisseling. Voor beleidsadvisering - wat voorheen ook een taak van de veldorganisatie was - worden projectgroepen in het leven geroepen. Communicatie, zo geeft het boekje aan, vormt de grondslag van alle handelingen in de AOC raad. De nieuwe communicatiemiddelen zullen zich in de toekomst dan ook in de belangstelling van de raad mogen verheugen.

Desondanks gaat er in de communicatie van de raad ook nog wel eens iets fout. In het informatieboekje `Op de drempel' prijkt een geheel lege pagina. De tekst die daar had moeten komen klopte niet en daarom maar weggelaten. Als u wilt weten wat daar had moeten staan, neem dan contact op met de AOC raad in Ede, tel. 0318 640666.

IPC Dier Oenkerk heeft melkrobot

Op 4 februari 2000 werd bij IPC Dier te Oenkerk officieel een melkrobot in gebruik genomen. De robot werd officieel in gebruik gesteld door IPC Dier-medewerkers Rinke Oenema en Roelof Middel, die zich de uitvinders van de melkrobot mogen noemen. Begin jaren tachtig bouwden zij een melkbox waarmee in 1983 voor het eerst een koe automatisch werd aangesloten en gemolken.

IPC-Dier-medewerkers Rinke Oenema (l) en Roelof Middel bij de melkrobot in Oenkerk

Foto: IPC Dier

Vóór de aanschaf van de melkrobot door het ipc gingen de cursisten op bezoek bij een bedrijf in de buurt om de werking van een melkrobot te bestuderen. En dat zal in de toekomst ook wel zo blijven, aldus Bart Gietema, hoofd van de vakgroep melkwinning van IPC Dier. "Het gaat natuurlijk niet alleen om de robottechniek, maar ook om de bedrijfsvoering bij het gebruik van een melkrobot in een ligboxenstal. We bieden de kennis zo breed mogelijk aan."

Het ipc verwacht dat de vraag naar de robotcursus in de toekomst flink zal toenemen. Campina Melkunie gaat er namelijk vanuit dat over tien jaar zo'n 70% van alle Nederlandse melk robotmatig zal worden verkregen.

 

Groene Delta College genomineerd in scholenproject Nederland-Japan

Op 19 april 1600 strandde De Liefde in Japan. Nee, geen geisha, maar een Nederlands koopvaardijschip, dat het begin inluidde van handelsbetrekkingen en kennis- en cultuuruitwisseling. Dit jaar worden de banden tussen Nederland en Japan op verschillende wijze herdacht en bij dit 400-jarig jubileum zijn ook scholen betrokken.

Het INOP, Instituut voor Nationale Onderwijs Promotie, heeft alle Nederlandse scholen uitgenodigd deel te nemen aan een wedstrijd - het scholenproject 400 jaar Nederland-Japan.

Op 11 maart worden de ingediende projecten die genomineerd zijn voor een prijs gepresenteerd in het World Trade Centre in Rotterdam.

Een van de genomineerde projecten is het Groene Delta College. Dit aoc onderhoudt sinds 1997 'sister school agreement' met de Atsumi Agricultural Highschool in Tahara. In 1998 en 1999 vonden uitwisselingen van Nederlandse en Japanse leerlingen plaats, met als doel hun blikveld te verruimen.

Vol spanning wacht het Groene Delta College af of het op 11 maart op de INOP-Japandag in de prijzen zal vallen. Onder meer zijn er compleet verzorgde reizen naar Japan te winnen.