Algemeen nieuws landbouwonderwijs
Nieuwsberichten periode december 1999
Kwaliteitszorg op aoc's moet beter
De Inspectie Landbouwonderwijs en Kennisprogramma's (LOK) heeft de kwaliteitszorgverslagen 1999 van alle aoc's onder het vergrootglas gelegd en geëvalueerd. Gemiddeld viel het resultaat van die controle tegen. De inspectie heeft drie categorieën onderscheiden en vastgesteld welke aoc's tot welke categorie gerekend kunnen worden. Ze deed dit op basis van de beoordeling die ze toekende voor de vijf verschillende onderdelen: organisatie, WEB-terreinen, kwaliteitscyclus, beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs en zelfcorrigerend vermogen.
Op de tamelijk oneervolle derde plaats komen "de instellingen die op de verschillende onderdelen vrijwel steeds laag scoren": de aoc's Groene Welle, Terra College (nu AOC Terra), Oost, West-Brabant en Holland. In de KZ-verslagen van deze vijf ontbreken concrete doelen en de resultaatmeting daarvan, waardoor veel andere onderdelen van de cyclus niet systematisch behandeld kunnen worden behandeld. In enkele gevallen wordt een onderdeel zelfs niet genoemd. Als verzachtende omstandigheden voor de ondermaatse prestaties worden aangevoerd: fusieperikelen, bouwactiviteiten, de overgang van een projectmatige aanpak naar een aanpak via de lijnorganisatie en een te beknopte verslaggeving.
Tot de tweede categorie rekent de inspectie de instellingen die op enkele onderdelen hoog en op andere laag scoren. Dit zijn de aoc's: Clusius, Noord (nu AOC Terra), Helicon, Groenhorst, Florens, Holland-Zeeland, Groen en Groene Delta. Bij deze acht constateren de inspecteurs AOC's dat kwaliteitszorg in ontwikkeling is en goede kansen heeft. Voornaamste kanttekeningen: de doelstellingen zijn nog onvoldoende concreet, er zijn soms grote verschillen tussen de locaties en de beschrijvingen zijn incompleet.
Gelukkig zijn er volgens de inspectie ook nog instellingen die op de verschillende onderdelen vrijwel steeds hoog scoren: Friesland, Midden-Nederland en Limburg. Daar "is de kwaliteitszorg op een goede inzichtelijke wijze gestalte gegeven en is de cyclus zichtbaar doorlopen, hoewel er op enkele punten nog verbeteringen mogelijk zijn".
De inspectie concludeert dat er bij meeste aoc's serieus aan kwaliteitszorg wordt gewerkt en er sinds de KZ-verslagen 1997 van een verbetering sprake is. Maar daarmee houdt de lof voor de meerderheid toch wel op. Met name waar het gaat om de vier WEB-kwaliteitsterreinen (kwalificering, toegankelijkheid, doelmatige leerwegen en studie- en beroepskeuzevoorlichting) blijken de aoc's aan te modderen. Gebrek aan heldere doelstellingen is hiervan veelal de oorzaak. Bijzondere aandacht vraagt de inspectie voor "de belangrijke terreinen kwalificering en toegankelijkheid". Op grond van haar bevindingen beveelt de inspectie de aoc's aan (1) de organisatorische randvoorwaarden in orde te maken, (2) concrete, meetbare doelstellingen te hanteren, (3) in het KZ-verslag ook andere relevante activiteiten te verwerken en activiteiten die op de werkvloer plaatsvinden erin mee te nemen en (4) leer van andere AOC's ten aanzien van het formuleren van doelstellingen, het ontwikkelen van meetinstrumenten en het rapporteren over de kwaliteitszorg. LNV/DWK krijgt tenslotte de raad de door de inspectie uitgevoerde macro-rapportage met de AOC-Raad te bespreken.
Docent Larenstein schrijft bestseller
Behalve op Larenstein zelf wordt het boek "Landschapsecologie" ook al op drie andere hogescholen gebruikt. Het is geschreven onder eindredactie van Dick van Dorp, docent landschapsecologie bij T&L Larenstein. Het boek met als ondertitel 'Natuur en landschap in een veranderende samenleving' is het eerste in het Nederland verschenen boek dat aanspraak kan maken op de kwalificatie standaardwerk voor het HBO. Op 3 november werd 'Landschapsecologie' tijdens een mini-symposium op Larenstein ge<ntroduceerd en besproken door prof. dr. Paul Opdam van Wageningen UR en derdejaars student Steven Nijhuis, die het product van Van Dorp c.s. aanprees als "een boek waar studenten op zaten te wachten".
Goud voor Nederlandse hoveniers in Montréal
In het Canadese Montréal hebben de Twentenaren Tino Reijerink en Roy Wichers-Schreur goud behaald bij de mondiale beroepenwedstrijden voor aankomende vakmensen. Peter van der Sluis uit Lemmer won met bloemschikken een bronzen medaille. Voor Nederland was er ook nog een zilveren medaille in de categorie horeca-opleiding.
De Nederlandse prijswinnaars namen tussen 567 deelnemers uit 35 landen van 11 tot 14 november deel aan de internationale beroepenwedstrijden, georganiseerd door de IVTO (International Vocational Training Organisation). Zeker 100.000 bezoekers waren in het Olympisch stadion van Montréal getuige van de aansprekende prestaties. Het totale Nederlandse team bestond uit 22 wedstrijdkandidaten, diverse juryleden/experts en bobo's uit de verschillende branches.
Het onderdeel tuinaanleg was voor het eerst een wedstrijdberoep. Reijerink en Wichers Schreur streden met teams uit Duitsland, Finland, Frankrijk, Japan, Oostenrijk, Zweden en Zwitserland om het goud. De opdracht bestond uit het aanleggen van een tuin. Er werd beoordeeld op techniek, aanleg, beplanting en afwerking. Het Nederlandse team had Canada gehaald doordat het in februari van dit jaar de nationale voorronde tijdens Tuinidee '99 in Den Bosch de Nationale Beroepenwedstrijd Tuinaanleg gewonnen had.
Peter van der Sluis was eerder dit jaar nummer één van de nationale beroepenwedstrijd bloemschikken, die tijdens Fleur & Interieur 2000 werd gehouden. Het bloemschikgoud ging naar Zweden, het zilver naar Noorwegen. De deelnemers kregen dagelijks een opdracht. Het benodigde materiaal werd daarbij geleverd.
Volgens Frans Mank, sectormanager van Lobas en begeleider van Van der Sluis, was de kwaliteit van het materiaal erg goed. Er werd beoordeeld op de uitwerking van de opdracht, de creativiteit (kleurgebruik en expressie), de techniek en originaliteit. Het Nederlandse team werd op zondag 21 november Schiphol door vertegenwoordigers van Lobas, de aoc's Oost en De Groene Wellen verwelkomd. Namens het ministerie van LNV was DWK- beleidsmedewerker Koos van Wissen aanwezig. Zie ook www.lobas.nl en www.sbnskills.nl

Winnaarsgeluk in beeld: de huldiging van Tino Reijerink en Roy Wichers-Schreur in Montréal
Foto: Lobas
HAO-raad verenigt instellingen vanaf 2000
"Er zit geen filosofie achter die naam", zegt Bastiaan Pellikaan, directeur van Stoas APH, over de HAO-raad. "Hooguit een filosofietje." Dus helemaal overeenkomstig HBO-raad, AOC- raad of BVE-raad zal de nieuwe raad niet worden.
Het overlegorgaan zou vanaf 1 januari 2000 taken van de dan verdwenen SHAO moeten overnemen. Het moet een 'platform' worden waarin de voorzitters van de hao-instellingen elkaar op de hoogte houden, gezamenlijke belangen behartigen en met de LNV-directie Wetenschap en Kennisoverdracht (DWK) overleggen. "DWK had ons inderdaad gevraagd of er iets in de plaats zou komen van de SHAO." Tot en met dit jaar organiseerde de SHAO nog het overleg in het Centraal Management Team (CMT), met SHAO-directeur Latijnhouwers als voorzitter. Behalve hij zullen in de HAO-raad dezelfde CMT-leden bij elkaar komen.
"Iedereen doet mee", zegt Pellikaan. Hij heeft het secretariaatswerk op zich genomen en Jeroen Naaijkens, voorzitter van het College van Bestuur van HAS Den Bosch, wordt nu voorzitter. Waarschijnlijk overlegt de HAO-raad zo'n zes keer per jaar. "Er komt geen officiële structuur en we houden de portemonnees gesloten. In juni gaan we evalueren hoe het werkt en of het nog verbeterd kan worden." Hij benadrukt dat 'iedereen' erachter staat.
De eerste bijeenkomst is woensdag 19 januari 2000. Er zal dan ondermeer worden gepraat over de lijst die de SHAO heeft opgesteld met zaken die blijven liggen en de projecten die doorgaan. Bijvoorbeeld het imago-project van het hao, de VIA- projecten en andere gezamenlijke projecten over onderwijsontwikkeling, ict en plattelandsontwikkeling. Waar zal de HAO-raad verder mee gaan en hoe kunnen de gezamenlijke hao-instellingen daar verder mee?
Kritiek op LNV en kennissysteem
Het LNV-beleid gericht op schaalvergroting, is voor boeren rampzalig. Het zet ze op een dood spoor, zegt de Wageningse landbouwsocioloog en hoogleraar Jan Douwe van der Ploeg in zijn onlangs verschenen boek 'De virtuele boer'. In het boek, dat inmiddels al heel wat reacties heeft losgemaakt, relateert Van der Ploeg de huidige crisis in de landbouw aan de manier waarop kennis in de sector wordt ontwikkeld en georganiseerd.
Volgens de Wageningse hoogleraar is in het agrokennissysteem een virtuele boer gecreëerd die feitelijk niet bestaat. Omdat beleidsmakers op het ministerie van LNV zich op dat beeld baseren ontstaan er volgens hem allerlei fricties tussen beleid en praktijk.
In het boek breekt de auteur een lans voor kleiner en breder boeren. Boeren kunnen hun activiteiten verbreden, zich concentreren op kwaliteitsproducten of zuinig gaan boeren met een gezonde verhouding tussen vreemd en eigen vermogen. Probleem is echter dat het ministerie van LNV schaalvergroting heilig heeft verklaard waardoor kleine boeren geen kansen krijgen. De kennisinstellingen sluiten zich daarbij aan omdat ze met modellen werken die voorschrijven hoe de landbouw moet zijn. Niet hoe ze is.
In het boek geeft Van der Ploeg een integrale visie op landbouw en platteland. Historische, economische, sociale, culturele, politieke en technologische dimensies worden aaneengesmeed tot een pleidooi voor een ontwikkeling die de kloof tussen landbouwsector en maatschappij daadwerkelijk kan dichten.
Voor belangstellenden de gegevens: 'De virtuele boer', J.D. van der Ploeg, Assen 1999. De prijs: _57,50.

Prijs voor landbouwonderwijsprof
Op 16 november kreeg prof.dr. Martin Mulder (48) de Opleidingsonderscheiding van de Nederlandse Vereniging van Opleidingsfunctionarissen (NVvO). De NVvO-Onderscheiding wordt, sinds 1989, in de oneven jaren uitgereikt aan 'een opleider van wie de prestaties stimulerende invloed en een zichtbaar effect hebben (gehad) op belangrijke initiatieven in het vakgebied opleiding en training. (...) Zij moeten baanbrekend zijn en een duidelijke maatschappelijke relevantie bezitten en als fundament kunnen dienen voor verdere ontwikkelingen en toekomstige activiteiten binnen het vakgebied.' En natuurlijk moet de prijswinnaar ook 'zijn/haar persoonlijke stempel op die activiteiten hebben gedrukt en er mee geïdentificeerd worden'.
Zo'n man is dus Martin Mulder, die in 1974 het onderwijs instapte als meester in het basisonderwijs. Nu is zijn functie voluit: Hoogleraar Onderwijskunde Landbouwuniversiteit Wageningen, Universitair Hoofddocent Vakgroep Onderwijsorganisatie. De NVvO-jury vindt de publicaties, onder andere in 'Opleiding en Ontwikkeling' van grote waarde voor het werkveld. 'Met name beleidsmakers in ondernemingen en aanbieders van opleidingen doen hun voordeel met zijn publicaties op het terrein van effectiviteit, rendement, kosten en kwaliteit van opleidingen.' Verder noemt de jury Mulder 'een betrokken wetenschapper met een goed oog voor de praktijkrelevantie van de thema's waarmee hij zich bezighoudt'.

Prof.dr. Martin Mulder: NVvo-onderscheiding
Midden-Nederland volgens OKI OK
Het Onderzoek met Kwaliteitsindicatoren (OKI), uitgevoerd door de Inspectie Landbouwonderwijs en Kennisprogramma's (LOK) heeft uitgewezen dat AOC Midden-Nederland op de goede weg is. Het onderzoek was gericht op vijf terreinen:
· de organisatorische voorzieningen
· het personeelsbeleid
· de inhoud van het onderwijsprogramma
· de uitvoering van het onderwijsleerproces
· de toetsing en afsluiting
Verder heeft de inspectie antwoord gezocht op de vraag of AOC Midden-Nederland voldoende blijk geeft van inzicht in het eigen functioneren (zelf-corrigerend vermogen) en of het daaraan de nodige consequenties verbindt. Het aoc heeft op verzoek van de inspectie aan de hand van een aandachtspuntenlijst een zelfevaluatie geschreven op de onderzoeksterreinen. Verder zijn gegevens gehaald uit het kwaliteitszorgverslag 1997, de Onderwijs- en Examenregeling (OER), de legitimeringsverklaring, de schoolgidsen en voorlichtingsmateriaal. De onderzoekers spraken met de centrale directie, locatiedirecties, docenten, leerlingen, ouders, medezeggenschapsraad en stagebieders. En ten slotte zijn er tijdens lesbezoeken observaties gedaan.
De algemene conclusie van de Inspectie LOK is dat AOC Midden- Nederland op alle vijf onderzochte terreinen voldoende vertrouwen wekt voor wat betreft zijn doelstellingen, aansturing en uitvoering. De school presteert goed op de onderdelen personeelsbeleid (inclusief functioneren MR), uitvoering van het onderwijsleerproces voor wat betreft leerklimaat en leerlingbegeleiding (vooral vbo), gedegen documenten over kwaliteitszorg (verslag, zelfevaluatie) en OER (mbo). De terreinen waarop het onderzochte aoc minder goed scoort zijn: (1) de communicatiedrempel tussen directie en docenten, (2) de invulling van de verticale scholengemeenschap (afstemming vbo-mbo), (3) het bewaken van het vakinhoudelijk niveau (Soest), respectievelijk het uitdagen tot het hoogst haalbare (Utrecht en Montfoort) en (4) het bewaken van de feitelijke realisatie op de werkvloer van wat hoog in de organisatie (goed) is beschreven: het sterker laten functioneren van het systeem van kwaliteitszorg. AOC-Midden-Nederland heeft het advies gekregen de terreinen waarop minder goed gepresteerd wordt 'breed in discussie te brengen in het AOC en verbeteringspunten te organiseren die door alle geledingen worden herkend en gedragen'. Midden-Nederland mag enig zelfvertrouwen putten uit het feit dat de school na beoordeling van de kwaliteitszorgverslagen 1999 van alle aoc's (in de macro-rapportage van dezelfde Inspectie LOK) in de top-3 van het KZ-klassement staat (zie elders in deze editie).
Holland College naar Raad van State
Het AOC Holland College wil van het ministerie van LNV alsnog vier opleidingen toegekend krijgen die bij de laatste CREBO- ronde zijn afgewezen. Het betreft twee opleidingen bloemschikken en de opleidingen Bloemendetailhandel en Milieutoezicht.Om dat te bereiken heeft het aoc een procedure gestart bij de Raad van State.
Het ministerie van LNV heeft tijdens de behandeling van het beroep aangegeven dat toekenning zou leiden tot een ongewenste versnippering van het onderwijsaanbod in de regio en een verschuiving van leerlingenstromen van Rijswijk naar De Lier. De Raad van State doet over enkele weken uitspraak.
Regionale ICT-Onderwijsdagen
De data van de zes Regionale ICT-Onderwijsdagen staan inmiddels vast:
· 16-02-00 RAI Congrescentrum, Amsterdam
· 23-02-00 Martinihal, Groningen
· 15-03-00 Evoluon, Eindhoven
· 29-03-00 Erasmus Expo- en Congrescentrum, Rotterdam
· 12-04-00 Hotel Hengelo, Hengelo
· 26-04-00 Jaarbeurs, Utrecht
Steeds van 11.00 tot 17.00 uur.
Hoofdthema's zijn: (1) deskundigheidsbevordering, (2) het verwerven van methoden en educatieve programmatuur en (3) kennisnet.
De ICT-onderwijsdagen zijn niet alleen bedoeld voor gevorderden als systeembeheerders en ict-coördinatoren, maar ook voor eenvoudige zielen als schoolleiders en leraren. Mocht u de aanmeldingsformulieren op uw school mislopen, dan kunt u er een aanvragen bij ESS, tel. 050 5277504, fax 050 5264234, e-mail ess@ess.nl. Is de prijs voor deelname (_150,-) u te hoog? De gelijktijdig en op dezelfde locaties te houden beurs 'School & Computer 2000' is gratis.
Voor meer gegevens: www.school-computer.nl.
Toelating leerwegondersteunend onderwijs versoepeld
Dit jaar is voor het eerst ervaring opgedaan met de criteria voor toelating van leerlingen tot het leerwegondersteunend onderwijs in het vmbo en het praktijkonderwijs. Deze criteria zijn gebaseerd op IQ, leerachterstand en sociaal-emotionele factoren. Uit de evaluatie, uitgevoerd door het SCO-Kohnstamm Instituut, blijkt dat de criteria te streng zijn en daarom stelt staatssecretaris Adelmund in een reactie aan de Tweede Kamer voor om ze op sommige punten minder streng te hanteren. Ook moet de communicatie tussen regionale verwijzingscommissies (rvc's) en scholen worden verbeterd. Scholen moeten hun leerlingendossiers vollediger aanleveren en de commissies moeten actiever terugrapporteren naar de scholen.
Adelmund wil nu een tweede proefjaar instellen. Ook in schooljaar 2000/2001 geven de rvc's alleen adviezen en besluiten de scholen zelf over de toelating.
MR stelt vragen bij ipc-fusie
IPC Dier en IPC Plant staan aan de vooravond van hun fusie. Alles is bijna rond, maar de mr van Dier heeft vragen. "Vragen ter verheldering", zegt Piet Heldens, algemeen directeur van IPC Dier en interim directeur van IPC Plant.
"We willen in dit stadium geen commentaar geven", reageert Gerrit van der Linde, voorzitter van de mr van IPC Dier. "We zijn nog volop bezig met besprekingen. Ik voorzie dat ik over een week meer kan vertellen."
Het proces dat eind 1996 begon met een onderzoek naar de fusiemogelijkheden van de drie ipc's loopt intussen ruim drie jaar. In '97 trok IPC Groene Ruimte zich terug. IPC Plant ging reorganiseren. Bij IPC Dier liep de reorganisatie, aldus Heldens, al sinds 92. De stuurgroep stelde een fusieonderzoeksrapport op en eind november van dit jaar gaven de beide ipc-besturen hun jawoord. Er ligt nu een 'voorgenomen besluit' en alles lijkt klaar. "Het personeel weet wat er gebeurt en vindt in het algemeen dat we moeten zorgen een sterke organisatie te worden. We streven naar 1 januari 2000," zegt Heldens. Het ligt dus bij de medezegenschapsraden, met name die van IPC Dier. De mr van IPC Plant heeft adviesrecht en die van IPC Dier heeft instemmingsrecht, een verschil dat ooit geregeld is tussen de besturen en personeelsvertegenwoordigingen. Het laatste is wat zwaarder. De ondernemer kan een advies naast zich neerleggen, maar mag zijn besluit niet uitvoeren zolang de mr met dit recht haar instemming niet heeft gegeven.
De werktitel van de voorgenomen organisatie is IPC Plant.Dier (met een punt ertussen). Heldens: "Je kunt vooraf een naam bedenken met een meer internationale klank, maar beter eerst de organisatie op poten zetten. Hoe het nu verder moet met de VPL bespreken we ook pas na de fusie."
Frederiksoord-opleidingen naar Meppel
'De toekomst van de Tuinbouwschool Frederiksoord ligt in Meppel'. Met dat bericht maakte het College van Bestuur van AOC Terra op 9 december haar besluit bekend om de opleidingen van de mbo-locatie Fredriksoord over te brengen naar Meppel.
"Een moeilijk besluit dat door alle betrokken met gemengde gevoelens is ontvangen," reageert CvB-voorzitter Roel Schilt, "Ik ben zelf niet ver hiervandaan geboren en getogen en weet hoezeer iedereen hecht aan het bestaan en de tradities van deze school. Het was net zo moeilijk om het besluit te nemen als het nu door iedereen te accepteren is."
Als reden voor de verplaatsing van de Frederiksoord-opleidingen meldt Schilt dat het aantal leerlingen van deze locatie gestaag blijft dalen en er geen perspectief op verbetering is. Steeds meer leerlingen zoeken hun opleiding 'om de hoek' op een goed bereikbare plaats. De tuinbouw-opleidingen die Frederiksoord - de oudste bestaande tuinbouwschool in Nederland - biedt, worden nu op veel meer plaatsen aangeboden. "Om de Frederiksoord-opleidingen goed op de kaart te houden moeten ze op een beter bereikbare plaats gehuisvest worden."
Volgens Schillt ontkomt het aoc niet aan deze keuze. "Het huidige leerlingenaantal is gedaald tot ruim 400. En die daling blijft doorzetten. Dat is ook duidelijk te zien aan de aanmeldingen. Als we niets doen zullen we straks allemaal wakker geschud worden en merken dat we geen kwaliteit meer kunnen bieden of misschien zelfs helemaal geen onderwijs meer kunnen aanbieden."
Concreet houdt het besluit in dat de mbo-opleidingen van Frederiksoord worden overgeheveld naar Meppel waar AOC Terra ook een mbo-vestiging heeft. "Een verplaatsing van 20 kilometer," vervolgt Schilt, "dus dit onderwijs blijft wel voor de regio behouden." De Frederiksoord-opleidingen zullen volgens Schilt waarschijnlijk begin 2004 in een nieuw gebouw worden ondergebracht met die van Meppel en het is de bedoeling dat alle medewerkers meeverhuizen. Het CvB heeft tevens de ambitie om op de locatie Meppel nieuwe opleidingen te gaan aanbiede, zoals Bloemschikken, Levensmiddelentechnologie en Milieukunde.
Bij de mbo-locatie is een uitgebreid tuinencomplex dat in samenwerking met de school in het Land van Weldadigheid wordt geëxploiteerd. Wat hier mee gaat gebeuren is volgens Schilt nog niet bekend. "Twee jaar geleden is het initiatief van het Land van Weldadigheid genomen om dit fantastische 'monument' in de benen te kunnen houden, maar dat blijkt niet haalbaar. We zijn nu op zoek naar iemand die ge<ntereseerd is om het te exploiteren."
Aoc's opgeschrikt door budgetkorting
Na een periode van betrekkelijke rust aan het bekostigingsfront werden de aoc's eind november weer even wakkergeschud. Wat blijkt? Het ministerie van LNV heeft de budgetfactor weer toegepast. Deze budgetfactor is een bezuinigingsmaatregel die het departement kan toepassen op de bekostiging van de aoc's als er te weinig geld blijkt te zijn. De maatregel staat jaarlijks in de Rijksbijdragebrief voor de aoc's. In deze brief staat op welk totaalbedrag de aoc's voor dat bepaalde jaar mogen rekenen. Aan het eind van het jaar wordt de werkelijke bijdrage nogmaals bevestigd in de definitieve Rijksbijdragebrief. Tot nu toe werd de budgetfactor - een korting van 3,5% op de drie- en vierjarige opleidingen - slechts eenmaal toegepast. Dat was vier jaar geleden. Reden was dat er meer leerlingen in het agrarisch mbo bleken te zijn dan was voorspeld. Sinsdien wordt de korting wel iedere jaar aangekondigd maar niet geëffectueerd.
Eind november viel bij alle aoc's de definitieve Rijksbijdragebrief weer in de bus. En dit keer met het bericht dat LNV de budgetfactor weer van stal haalt omdat het ministerie geld tekort komt. Het gevolg was grote onrust en verontwaardiging. Immers, de uitspraken in de Troonrede op Prinsjesdag hadden toch duidelijk gemaakt dat het goed gaat met 's lands financiën? En daar werd toch met geen woord gerept over bezuinigingen in het onderwijs? En het argument dat aoc's in het mbo in 1999 meer leerlingen hadden dan was geprognostiseerd ging ook al niet op.
Ondertussen heeft de AOC-raad aktie ondernomen. Frans Sikkes, voorzitter CvB AOC Friesland en als bestuurslid van de AOC-raad voorzitter van de Financiële Commissie van de AOC-raad: "De Raad heeft een brief naar het ministerie van LNV en de Vaste Kamercommissie Landbouw gestuurd, want we snappen er nu echts niets meer van. Dit is opnieuw een stap in de verkeerde richting." Bve- instellingen worden volgens Sikkes niet op een vergelijkbare wijze gekort. Minister Hermans had wel plannen in die richting maar die zijn via een motie in de Tweede Kamer in de la verdwenen. Bovendien ontvangen roc's compensatie voor de gestegen prijzen en aoc's niet. Sikkes: "De kloof tussen de bekosting van bve-instellingen en het mbo-deel van aoc's wordt hiermee steeds groter." Ook vinden de aoc's het onjuist dat de overheid kort op de basisfinanciering van de instellingen en de budgetten voor vernieuwing en ict onaangetast laat.
Ook heeft de AOC-raad een jurist in de arm genomen om te kijken of de aoc's iets tegen het toepassen van de budgetfactor kunnen ondernemen. Volgens Sikkes betekent de korting dat het aoc-onderwijs over 1999 in totaal vier miljoen gulden minder krijgt. Daarnaast blijkt deze maatregel ook structureel te zijn verwerkt in de nieuwe bekostiging vanaf 2000. In welke mate indivudele aoc's hierdoor in de problemen komen, kan hij niet direct zeggen. Wel staat volgens hem vast dat deze bezuiniging zeer onwelkom is. "Aoc's moeten momenteel veel investeren in vernieuwingen, ict en hun gebouwen. Ik verwacht dat ze daar nu weer op zullen moeten bezuinigen."
Van Hall trainingscentrum voor Chinese experts
Vanaf volgend jaar zal het Van Hall Instituut te Leeuwarden ook als trainingscentrum voor Chinese landbouw- en milieuexperts dienen. Naar aanleiding van een bezoek aan het Van Hall Instituut door een zware delegatie uit China van de CAIEP (China Association of International Exchange of Personal) en SAFEA (State Administration of Foreign Experts Affairs) is dit besluit genomen.De Chinese delegatie vertegenwoordigde twee belangrijke staatsorganisaties die jaarlijks respectievelijk 40.000 Chinese experts naar het buitenland stuurt om trainingen te volgen en 80.000 buitenlandse experts uitnodigt om trainingen in China te geven.
In het kader van het 'Hundred Prorgamme' zullen volgend jaar een groot aantal experts uit China speciale trainingen op het gebied van landbouw en milieu aan het Van Hall Instituut gaan volgen. Volgens de deegatieleider, de heer Yan Hanyan, zijn deze onderwerpen van groot belang vor de toekomst van China. De delegatie was zeer onder de indruk van het kennisniveau en de praktische toepassingen die het Van Hall Instituut levert, en wil daarom graag deze deskundigheid gebruiken voor het trainen van de experts.
Het project dat deels ook aan de Hogeschol Larenstein wordt uitgevoerd, is mede een gevolg van de nauwere samenwerking tussen het Van Hall Instituut en de Internationale Agrarische Hogeschool Larenstein uit Velp en Deventer.
Sector agrarisch onderwijs Onderwijsbond CNV
Tijdens een gezamenlijke Algemene Vergadering op 9 en 10 december hebben de onderwijsvakbonden KOV en PCO ingestemd met de fusie tot de Onderwijsbond CNV. De fusie gaat in op 1 januari 2000. Als gevolg van de fusie worden de subsector Agrarisch Onderwijs van de KOV en het werkververband Agrarisch Onderwijs PCO samengevoegd tot de sector Agrarisch Onderwijs, één van de acht sectoren van de nieuwe Onderwijsbond CNV.
De nieuwe sector Agrarisch Onderwijs telt ongeveer 650 leden. Het bestuur wordt vooralsnog gevormd door de voormalige besturen van de subsector en het werkverband. Voorzitter is Ric Diepenbroek, werkzaam bij AOC Limburg. Voor 1 juli zal tijdens een algemene jaarvergadering een nieuw bestuur gekozen worden.
Kooijman als directeur AOC-raad

Foto: Pieter Boetzkes
De AOC-raad wordt geherstructureerd. ART heet deze operatie (voorjaar 99 werd de notitie vastgesteld). Een onderdeel van ART is de benoeming van algemeen secretaris Marcel Kooijman tot directeur. Officieel gaat deze benoeming in per 1 januari 2000, maar het bestuur heeft de benoeming al 'bekrachtigd'.
De benoeming hangt samen met de structurele veranderingen bij de organisatie. De directeur krijgt meer taken en bevoegdheden en het bestuur functioneert dan in de woorden van afscheidnemend voorzitter Wim Peters als 'een soort agendacommissie, een raad van toezicht voor de directeur en zijn bureau'.
Het bureau wordt, aldus Kooijman, van beleidsbureau meer branche- organisatie van de aoc's. "Dat betekent twee dingen: we gaan meer uit van zelfstandigheid van de scholen. We beschouwen ze meer als concurrerende ondernemingen en we gaan kijken waar we dingen samen kunnen doen. Daarnaast maken we een professionaliseringslag met het bureau. Het had nu soms het karakter van een vrijwilligersclub met commissies en raden van mensen uit het veld. Daarvoor in de plaats komt een projectorganisatie. Het bureau wordt niet groter, maar er wordt wel goed naar deskundigheden gekeken en we gaan meer uitvoering doen."
Op 15 december besprak de Ledenvergadering de voorstellen voor de AOC-raad in de Toekomst en zette daarmee 'de laatste stappen'. En op 13 april 2000 zal in een feestelijke bijeenkomst de oude AOC- raad plaatsmaken voor de nieuwe. Bij die gelegenheid zal ook afscheid worden genomen van Peters, het tienjarig bestaan van de AOC-raad worden herdacht en de nieuwe huisstijl en het logo worden getoond.
Hbo-opleiding voor bloemisterij
"We willen mensen afleveren voor meer complexe managementfuncties in de hele keten van de bloemisterij", zegt Tjeu Foppele, directeur van de opleiding Tuinbouw en Akkerbouw. "Je kunt denken aan een zelfstandig ondernemer van een grote bloemenwinkel of een commercieel medewerker bij een bloemengroothandel." 'Bloemisterij en management' is de naam van één van de twee nieuwe afstudeerrichtingen die HAS Den Bosch (opleiding tuinbouw en akkerbouw) op 1 september 2000 start. De andere is de richting tuincentrummanagement. Ook uniek voor het hbo.
Op dit moment is er zelfs nog geen mbo-opleiding tuincentrum op niveau IV. Is daar dan markt voor? Foppele: "We hebben een conferentie gehad met mensen uit de wereld van tuincentrum en bloemenbranche. We hebben ook onze conceptprogramma's voorgelegd aan de VBW (de Vereniging Bloemist Winkeliers) en die waren enthousiast. Ze vonden het ook prettig dat ze nog invloed hadden op het studieprogramma." Het gaat in de bloemisterij-richting niet om de functie van winkelpersoneel waarvoor een mbo-opleiding volstaat, maar functies die zich afspelen ergens tussen veiling en winkel in.
Volgens de wervingsbrochure verenigt de nieuwe afstudeerrichting kennis van bloemen en planten met inzicht in management en marketing. De Engelse naam voor deze afstudeerrichting (flowerretailmanagement) duidt ongetwijfeld op het internationale karakter van de Nederlandse bloemengroothandel.
Terug naar weekoverzicht algemeen nieuws
Online Courses Magazine stopt ermee
Na anderhalf jaar belangstellende surfers in het landbouwonderwijs van actueel ict-nieuws te hebben voorzien stopt
Online Courses Magazine (http://ocm.kennis.org/) ermee. Belangrijkste reden: in het huidige tijdsgewricht is het
niet mogelijk om het digitale blad zonder subsidie te exploiteren. Uit onderzoek van de stichting Cerealis blijkt dat
de internetgebruiker niet bereid is om te betalen voor on-line specialisische vakkennis of wetenschappelijke
informatie. Bovendien blijkt het aantal bezoekers te gering om adverteerders of e-commerce te interesseren voor
een betaald plekje op de site van het tijdschrift
De redactie van het tijdschrift onder leiding van Hans Bronkhorst meldt dit in de november-editie van OCM.
Belangstellenden van de Wageningse Universiteit gemeenschap kunnen in het nieuwe millennium voortaan via de
WALS-site (http://wals.kennis.org) informatie opvragen over de voortgang van de projecten ict en onderwijs. Het
overige landbouwonderwijs wordt door de Stichting Informatievoorziening Landbouwonderwijs bediend op
http://www.landbouwonderwijs.nl.
Dierendisk
Tijdens de op 13 november gehouden open dag van het Van Hall Instituut heeft Peter Klaver, dierenarts van Artis,
de nieuwe Dierendisk gepresenteerd en gedemonstreerd. De cd-rom þ een uitgebreide digitale dierenvraagbaak en
diergeneeskundig woordenboek, is tot stand gekomen met medewerking van dierentuinen, organisaties voor dieren,
dierenartsen en de Opleiding voor Diermanagement van het Van Hall Instituut. In totaal is er acht jaar aan het
project gewerkt.
De Dierendisk is een populair-wetenschappelijke uitgave met als doel dierenliefhebbers objectief en onafhankelijk
te informeren over uiteenlopende vragen. Van meest geschikt huisdier of homeopathie voor dieren tot diergerichte
opleidingen. In Nederland is het voor het eerst dat er op een dergelijk uitgebreide wijze informatie over dieren
digitaal gebundeld wordt.
Een abonnement op de Dierendisk kost _39,95 per jaar. Abonnees ontvangen dan jaarlijks in oktober de nieuwste
Dierendisk. Bovendien kunnen abonnees gratis deelnemen aan Vraag & Aanbod van de thema-site
www.dierendisk.nl en hebben ze recht op kortingen op dierenartikelen. Voor meer informatie over de Dierendisk
zie de voornoemde website.
Terug naar weekoverzicht algemeen nieuws