Algemeen nieuws landbouwonderwijs
Nieuwsberichten periode april 1999
Studenten CAH Dronten als ondernemers in Twente
Derdejaarsstudenten van de Christelijke Agrarische Hogeschool Dronten hebben zich de afgelopen weken in het kader van een project intensief verdiept in mogelijkheden voor de landbouw en agribusiness in de omgeving Noord-Oost Twente. Studenten plantenteelt en veehouderij hadden de opdracht gekregen een fictief primair bedrijf op te zetten, terwijl de agrarische studenten een bedrijf moesten opzetten in de periferie van de landbouw.
.
Hogescholen verweren zich tegen Apotheker
Minister Apotheker van LNV had de agrarische hogescholen op 19 maart geïnformeerd over zijn keuze voor bindende samenwerking in het hao, het zogenaamde concernmodel. Deze keuze viel samen met die van de rijksscholen Van Hall en Larenstein. Voor hun coöperatieve opstelling krijgen zij per jaar 2 miljoen gulden extra steun toegezegd. Pech voor de 'bestuursscholen' van Stoas, CAH Dronten, HAS Den Bosch en Hogeschool Delft. De minister ondersteunt hun competentiemodel niet.
De voorzitters van de vier bestuursscholen schreven brieven aan de minister, de Vaste Kamercommissie LNV en aan de Vaste Kamercommissie OCenW. De kern van hun verweer is dat het niet logisch is en zelfs in tegenspraak met het beleidsplan van de minister en met HOOP 2000. 'Uw voorkeur komt voort uit structuurdenken en wordt niet gevoed vanuit inhoudelijke vorm- en zingeving,' schrijven ze. Ze citeren ook uit beide rapporten:
· Een grotere flexibiliteit van het onderwijs is wenselijk.
· Het huidige wettelijk kader biedt hogescholen ruime mogelijkheden een eigen profiel te kiezen en samenwerkingsrelaties aan te gaan. Instellingen kunnen hier eigen keuzes maken, leidend tot verschillende vormen van samenwerking.
· Om goed op deze ontwikkelingen in te kunnen spelen is een grote mate van zelfstandigheid een vereiste.
· Voor het hbo is vooral ook de regionale invalshoek van belang (...) Waarbij elke regio beschikt over een (...) basispakket aan hbo-voorzieningen.
De vier van het Ondernemend Competentienetwerk spreken nog eens uit te geloven in één nieuw innovatief samenwerkingsmodel: 'Ons Ondernemend Competentienetwerk is gebaseerd op gelijkbegunstiging en staat open voor participatie van de Rijksinstellingen'.
Lobas kiest voor Berkel-Enschot
In het Euretco Expo Center in Houten heeft oud-minister Braks op 8 april jl. het agrarisch opleidingsbedrijf van 1998 bekendgemaakt. Van Helvoirt Groenprojecten uit Berkel-Enschot is gekozen omdat het bedrijf zich onderscheidt in de structurele en beleidsmatige aanpak van het opleiden.
Bedrijfsleider Van Helvoirt en zijn echtgenote ontvangen de prijs van oud-minister Braks
Foto: APA - Frans Ypma
Van Helvoirt Groenprojecten was één van de zes genomineerde bedrijven. In iedere deelsector koos een jury een opleidingsbedrijf. Dat waren naast Van Helvoirt Groenprojecten voor de sector Groene Ruimte: All Seasons uit Eibergen (Bloemenbranche), Dierenartsenpraktijk Putten (Dierverzorging), Corn. Bak BV uit Assendelft (Plantenteelt), Fam. Langeveldt uit Groesbeek (Veehouderij) en Borculo Domo Ingredients (Voedingsindustrie).
Kenmerken van al deze bedrijven zijn volgens de jury een goed opleidingsklimaat, meer dan gemiddelde arbeidsomstandigheden, waarbij de leerlingen planmatig worden opgeleid en professioneel worden begeleid, kortom: de bedrijven zijn zeer betrokken bij het middelbaar agrarisch onderwijs.
Van Helvoirt Groenprojecten is het tweede opleidingsbedrijf van het jaar. Kernfokbedrijf Blessum was vorig jaar het eerste. De landelijke jury koos Van Helvoirt Groenprojecten omdat dit bedrijf zich onderscheidt door een bijzondere structurele en beleidsmatige aanpak van het opleiden. Daarbij is, aldus de jury, een aansprekend evenwicht gevonden tussen de belangen van de leerlingen en die van het bedrijf. De motivatie voor het opleiden wordt nadrukkelijk gedragen en uitgedragen door de leiding van de onderneming. Tegelijkertijd zijn alle werkeenheden bij het opleiden en begeleiden van de leerlingen betrokken. De veelzijdige mogelijkheden van het bedrijf worden goed benut en de leerlingen - van welk niveau dan ook - krijgen ruimte om hun eigen keuzes te maken. De opleidingsactiviteiten hebben een structurele plaats in de normale bedrijfsuitoefening. Volgens een vast patroon wordt bedrijfstijd ingezet voor opleiding, zowel voor de eigen werknemers als de leerlingen.
Elk jaar wordt een bij het bedrijf passend thema centraal gesteld. Door deze aanpak wordt een omgeving geschapen waarin leren even natuurlijk is als werken. Werkend leren en lerend werken worden zo op een zinvolle manier aan elkaar verbonden. Dat de leerlingen deze kwaliteit onderkennen blijkt uit hun aantal, de snelheid waarmee ze zich bij het bedrijf thuis voelen en de waardering die zij uitspreken.
De winnaar van de landelijke verkiezing ontving uit handen van Braks een beeldje, een certificaat en een geldprijs van ¦ 750,-. De verkozenen van de overige sectoren ontvingen een beeldje, een certificaat en een geldprijs van 350 gulden.
AOC-raad wordt branche-organisatie
Het uitzetten van de unieke 'selling points' van aoc's vraagt ook in de toekomst om een eigen marktstrategie en een eigen landelijke organisatie als de AOC-raad. De opzet van de huidige raad zal echter moeten veranderen in de richting van een branche-organisatie. Dat hebben de leden van de AOC-raad vastgesteld tijdens een algemene ledenvergadering op 28 maart j.l.
Aanleiding voor deze conclusie was het rapport 'Over de AOC- raad in de toekomst' dat Albert van den Berg van Innogration Consultants opstelde in opdracht van de AOC-raad. De acceptatie van de conclusies en het advies van Van den Berg betekent dat de AOC-raad zijn functies gaat inperken tot belangenbehartiging, ontmoeting en landelijke PR. De activiteiten van de raad zullen daarbij gericht zijn op onderwijsbeleid, kennisbeleid en innovatie en kwaliteitsbeleid. Doelgroepen waarop de raad zich richt zijn: leden van de colleges van bestuur en raden van toezicht, medewerkers van aoc's, ouders en (toekomstige) leerlingen en overheden en organen van het bedrijfsleven.
Verder houdt deze koerswijziging in dat de structuur van beraden, commissies, werkgroepen en veldorganisatie plaats zal maken voor tijdelijke projecten, studiedagen en conferenties. Het bureau van de AOC-raad krijgt daarbij een sterk initiërende rol. Huisvesting en huisstijl van de AOC-raad worden op die nieuwe situatie toegesneden.