Mediawijsheid

Inhoud dossier

Introductie dossier mediawijsheid

De hoeveelheid informatie, onder meer op internet, groeit hard. Mediawijsheid betreft ook omgang met dat internet. Hoe vind je bijvoorbeeld geschikte en betrouwbare informatie? Mediawijsheid begint al op de basisschool. En openbare bibliotheken bieden cursussen aan over de omgang op internet. Later in het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs verschuift de aandacht naar informatievaardigheden. Het geheel van informatievaardigheden, of met andere woorden: zoeken, vinden, beoordelen, selecteren en verwerken van de informatie die je bijvoorbeeld via internet kunt vinden, is onderdeel van mediawijsheid. Hoe stel je je op in onze ‘fundamenteel gemedialiseerde wereld’? En hoe betrouwbaar is de informatie? Het onderwijs wil leerlingen allereerst bewust maken: mediawijs. Wikipedia is geen wetenschap. Google is slechts één manier om informatie te zoeken. Internet is een publieke ruimte. De scheldwoorden die je vandaag op het web zet, staan er over tien jaar nog. En er is ook nog zoiets als auteursrecht.

Mediawijsheid staat volgens de Raad van Cultuur voor ‘het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld.’

Dit dossier beoogt informatie te verzamelen om het groen onderwijs daarin te ondersteunen. In vakblad groen onderwijs editie 7 (19 mei 2010) is een artikel over het onderwerp opgenomen: ‘Hoe mediawijs bent u?’

Wat kun je zien aan een internetadres?

Hoe betrouwbaar is de informatie op internet? Lastig te beoordelen als iedereen van elkaar overschrijft. Het helpt om je niet op één bron te baseren, maar verder te kijken. Check en dubbelcheck. Het internetadres kan al iets vertellen over betrouwbaarheid, of de manier waarop je de informatie moet interpreteren. Allereerst is er, via de extensie, iets over de herkomst uit af te leiden: een land bijvoorbeeld .nl of .uk, een bedrijf, .com, (Amerikaanse) overheid, .org, of onderwijs, .edu. In het algemeen kun je verwachten dat informatie op .com-sites pr-gecontroleerd is. Het is niet objectief, maar er zitten belangen achter. Dat geldt natuurlijk ook voor bedrijven en organisaties in Nederland die niet zo’n .com-extensie hebben. Bij Google komt er als resultaat van een zoekopdracht vaak eerst een rijtje gesponsorde links: bedrijven die betalen om bovenaan te staan. Je kunt aan een internetadres ook zien of het een blog of een forumdiscussie betreft. Dan weet je dat de informatie meestal geen feiten, maar meningen betreft. Met zoekopdrachten kom je vaak midden in de website terecht. Ook dat zie je direct aan de lengte van het adres. De vraag is dan hoe actueel het is en of er misschien nog meer over hetzelfde onderwerp op die site staat.

Overigens zie je dat bij verkorte url’s, die bijvoorbeeld veel op Twitter worden gebruikt, niet zo direct. Dan is ook nog het verschil tussen https en http. Https-adressen versleutelen de data. Deze hebben daarmee een extra beveiliging (security). Bijvoorbeeld internetbankieren gaat via zo’n website.

Web 3.0

Het web wordt slimmer. Web 3.0 verwijst naar het semantische web. Dat houdt in dat de functies van internet worden gerelateerd aan je persoon en je behoeften. Die slimheid. Het betekent ook dat je overal verbinding met internet hebt of kunt hebben, niet alleen via de computer. Het web breekt als het ware uit het computerscherm en wordt mobiel. Een fotolijstje haalt foto’s van internet, je hardloophorloge is aangesloten op een gps-systeem, je twittert of blogt terwijl je een berg aan het beklimmen bent, de supermarkt weet waar je voorkeursproducten liggen. Dat soort zaken.

Consequentie is dat individuen en ook bedrijven nog meer op privacy gaan letten. Wat is het risico van alle persoonlijke informatie op het web? Hoe kun je waarborgen dat de informatie die je liever voor jezelf houdt niet publiekelijk wordt?

Van belang is dus de semantiek, ofwel de betekenis. In de communicatie tussen computers op het internet wordt betekenis bepalend. Nu zoekt een zoekmachine een webpagina op waarop bepaalde woorden voorkomen, zonder dat er zicht is op de inhoud. De zoekmachine kan dit niet beoordelen. Het web zoals dat nu bestaat, is een web van documenten, maar het semantische web geeft betekenis aan die documenten. Of eigenlijk aan de onderwerpen op die documenten. Dat betekent dat je computers moet laten begrijpen waar de documenten over gaan. Het verschil bijvoorbeeld tussen Paris Hilton, het Amerikaanse societymodel, en het Hilton in Paris (Frankwatching.com).

Je kunt je dan voorstellen dat als de applicatie begrijpt dat je een hotel in New York zoekt, je ook meteen aanbiedt om de vlucht te boeken en de transfer te regelen en je voor ’s avonds een opera, theatershow of jazzcafé suggereert.

Zover zijn we nog niet. We zitten in een voortdurende transformatie. De metafoor van de digitale snelweg heeft plaatsgemaakt voor die van een digiwolk. Maar we zitten nog volop in de fase van 2.0, met bloggen, social networking, alert, discussiefora, wiki’s en feeds. De fase waarin het web veel interactiever is geworden.

Internet heeft onze cultuur veranderd en het heeft ook gevolgen voor de relaties tussen mensen. Niet altijd met instemming. Want internet onthoudt alles. Iedereen kan er dingen opduikelen die allang vergeten of gepasseerd zijn. Een vervelend filmpje, een blootfoto, een paar scheldwoorden, de ontboezeming over een lsd-trip; dat kan je nog jaren achtervolgen. Het ‘open riool’ zoals Henk Hofland op 21 april 2010 in De Groene Amsterdammer schreef. In de relatieve anonimiteit van het web kun je je laten gaan: de inner troll vrijlaten. Op die manier verandert internet ook de mensen zelf.

Je kunt een onderscheid maken tussen digitale pessimisten – mensen die vooral de vervelende kanten en de risico’s van het web zien, cybercrime met diefstal van creditcardgegevens, spam en virussen, de vermenging van publiek terrein en privégebied – en digitale optimisten – mensen die vooral de fantastische mogelijkheden zien die het web geeft om informatie te delen, samen te werken, jezelf te profileren en te manifesteren, te leren en te communiceren.

Maar veel docenten verkeren nog in het allereerste webstadium: web 1.0. De belangrijkste vragen voor hen zijn: wat moet ik ermee (als ze eigenlijk niet willen), wat kan ik ermee (als ze wel willen) en hoe vind ik mijn weg (zodra ze een stapje verder zijn)?

Links

Bibliotheek Wageningen UR

  • http://infovaardig.pbworks.com/  Online cursus (e-learning module) ontwikkeld door de bibliotheek van Wageningen UR over informatievaardigheden, speciaal voor docenten in het groen onderwijs.
  • http://library.wur.nl/desktop/services/infolit/  Vrij beschikbaar, Engelstalig, onderwijsmateriaal informatievaardigheden van Wageningen Universiteit; de studenten volgen een cursus (met opdrachten) via een afgeschermde Blackboard-omgeving.

Wikiwijs

Marktplaats mbo

LinkedIn

Cursussen (21 en 23 dingen)

Communities

Social bookmarking

  • Je kunt online foto’s delen, bijvoorbeeld bij Flickr, maar ook favoriete websites. Je favorieten staan dus niet langer op je eigen computer, maar online. Voordeel is dat je favorieten op iedere willekeurige computer te benaderen zijn.
  • Delicious.com  (is eigendom van Yahoo en vraagt om registratie bij Yahoo).
  • Socialmarker.com (werkt het beste met browser Firefox).

Blog

Google

  • Google levert steeds meer diensten zoals www.google.com/docs  - voor online documentenbeheer, de aangemaakte documenten kunnen met andere Google-accountsgebruikers worden gedeeld. www.google.com/alert - een attenderingsservice, voer een paar keywords in, bijvoorbeeld groen onderwijs, en je krijgt dagelijks (of wekelijks) een ‘alert’.
  • www.google.com/reader  - dit is een rss-reader. Als er veranderingen zijn op de websites die je wilt volgen, dan word je hier gewaarschuwd.
  • http://scholar.google.nl/  - een wetenschappelijke zoekmachine.

Lesmateriaal

Film en video

Verder

Over mediawijsheid en informatievaardigheid

Nieuwsberichten maart en april 2010

(enigszins ingekort en bewerkt)

Gemiddelde Nederlander heeft 113 ‘vrienden’

23 maart 2010

Negen miljoen Nederlanders (79% van de online-populatie) surfen wel eens op sociale netwerksites. Dat blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau InSites Consulting. Nederlanders surfen het meest op Hyves (66%), gevolgd door Facebook (27%). Wereldwijd blijft Facebook het populairste online platform (51% gebruikt Facebook), gevolgd door MySpace (20%) en Twitter (17%). De meerderheid van de surfers is lid van twee of meer sociale netwerksites, meestal gaat het over twee sites die voor privé-doeleinden gebruikt worden. 16% maakt deel uit van een professioneel netwerk, waarbij LinkedIn het meest populaire is. Een gemiddelde Nederlandse gebruiker van sociale media heeft 113 vrienden. Het globale gemiddelde is 195. Daarbij spant Zuid-Amerika de kroon met een gemiddelde van 360 vrienden, gevolgd door Portugal met 236 vrienden en de Verenigde Staten met 200 vrienden.

Bron: Computeridee Link: http://www.computeridee.nl/nieuws.jsp?id=2548960 

Eerste certificaat mediawijsheid basisschool De Tsjerne

19 april 2010

De groep-8-leerlingen van OBS De Tsjerne in Gorredijk ontvingen dinsdag 13 april een certificaat Mediawijsheid. De leerlingen hadden enkele weken een project vanuit de plaatselijke bibliotheek gevolgd en een eigen webpagina gemaakt. Ze leerden van alles over goed zoeken met Google, websites beoordelen en de gevolgen van internet. Ook andere basisscholen en het voortgezet onderwijs kunnen medialessen nemen bij de bibliotheek.

Bron: Bibliotheken Zuidoost Fryslân Link: http://maakjeeigenstartpagina.yurls.net/

InternetMemorie maakt jonge kinderen bewust van hun eigen internetgedrag

20 april 2010

Internet Memorie is vanaf 20 april beschikbaar. Vaak hebben opvoeders geen goed beeld van het internetgedrag van hun kinderen. Ook die kinderen – van kinderen tussen zes en tien jaar maakt volgens onderzoek 83% gebruik van internet – gaan niet bewust met internet om. Het InternetMemorie (www.internetmemorie.nl) is speciaal ontwikkeld om jonge kinderen (vanaf groep 5) bewust te maken van hun eigen internetgedrag. Het memoriespel is een spel met kaartjes waarop afbeeldingen staan die betrekking hebben op mediawijze onderwerpen. Een paar voorbeelden van de kaarten zijn: “Hoe ga jij om met je wachtwoord?” “Hoeveel vrienden heb jij op jouw Hyves?”

Bron: Vives Link: http://www.4pip.nl/internetmemorie.html 

Bewaken digitale identiteit essentieel voor imago

22 april 2010

Identiteit en privacy hebben met internet en de opkomst van sociale netwerksites een nieuwe invulling gekregen. Daarom presenteert SURFdirect het rapport 'Image-building op het internet: houd greep op je digitale identiteit'. In het rapport staan richtlijnen hoe je als student en als wetenschapper, op een verstandige manier kan omgaan met je eigen digitale identiteit èn die van anderen. Volgens Evelijn Jeunink, juridisch adviseur bij SURFnet.bepaalt de op internet gevonden gegevens over iemand mede het imago van de persoon die het betreft. “Sollicitanten worden op internet opgezocht. Journalisten zoeken deskundigen over een actueel onderwerp. Populariteit van medestudenten wordt vaak afgemeten aan het aantal vrienden op Hyves. En als er over iemand helemaal niets op het internet te vinden is, zegt dat ook wat." Het rapport ‘Image-building op het internet: houd greep op je digitale identiteit’ biedt aanbevelingen bij het presenteren van jezelf op internet. Sociale netwerksites zijn bij uitstek geschikt om een digitale identiteit en online reputatie vorm te geven. Het rapport biedt ook een overzicht van de gebruiksvoorwaarden en het privacybeleid van Hyves, Facebook en LinkedIn.

Bron: Surf Foundation Link: http://www.surffoundation.nl/SiteCollectionDocuments/SURFdirect_Image-building%25... 

Docententraining mediawijsheid bij Beeld en Geluid

Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid geeft trainingen mediawijsheid voor docenten. Elke maand kunnen docenten hun kennis en vaardigheden op dit gebied in een middag vergroten. Beeld en Geluid ontwikkelde de training met Mijn Kind Online. De kosten van de training bedragen € 40,-. Informatie is beschikbaar op de website www.beeldengeluid.nl/trainingen of http://www.ckplus.nl/.

Zoeken

Drie maanden na publicatie stellen we artikelen uit Vakblad Groen Onderwijs digitaal beschikbaar. U kunt in het archief vanaf 2003 zoeken op trefwoord.

help kennis delen met Groen Kennisnet